<img height="1" width="1" style="display:none" src="https://www.facebook.com/tr?id=543988056270869&ev=PageView&noscript=1"/> Bloemen sturen en digitaal aanschuiven: het is iets, maar niet genoeg - UAF

Bloemen sturen en digitaal aanschuiven: het is iets, maar niet genoeg

Auteur:Mardjan Seighali
Datum:10. 27. 2020
Leestijd:4 minuten

Op mijn laptopscherm verschijnen de laatste weken steeds vaker geëmotioneerde collega’s. Er wordt hard gewerkt, nog steeds, maar tegenslagen – een samenwerking die stopt, een student met wie het even niet wil lukken – komen harder binnen dan voorheen. Ik merk het ook aan mezelf: de coronacrisis brengt me emotioneel gezien sneller aan het wankelen.

Verwonderlijk is dat niet, want het gemis is groot. Van hard werken ben ik nooit vies geweest, maar in de weekenden laadde ik me op. Door mijn zoons langs het hockeyveld aan te moedigen, door kleine winkeltjes te bezoeken, door samen met vrienden naar de film te gaan. Theater, zelf sporten, musea, een expositie. Koken voor anderen.

Maar het mag even niet.

Opladen lukt steeds moeilijker. Ja, Rasoul en ik knapten het huis op en afgelopen weekend kregen we bezoek van mijn nichtje en haar man, maar het is de stilte die overheerst. Als ik het kantoor van het UAF betreed – een zeldzaamheid – voelen de muren leeg. De ziel is eruit. De ruimtes waar ik vroeger graag was stemmen me nu somber. Ik mis mijn collega’s, de interactie, het rumoer. De eerste weken was het nog fijn – even gas terug, even tijd voor mijn geliefde – maar dat gevoel is al lang verdwenen.

De decembermaand komt eraan. Kerst. De jaarafsluiting. Proosten op het nieuwe jaar. ‘Hoe?’ vraag ik me af. We slaan ons er heus doorheen, want gezondheid is het belangrijkste en gedeelde smart is halve smart, maar ik zou liegen als ik zeg dat het me prima afgaat. Het gemis is groot en ik voel de batterij langzaam leeglopen, bij mezelf en mijn collega’s. De balans, dat is het woord, de balans is zoek.

Techniek maakt veel mogelijk, maar techniek is ook een uiting van een samenleving die steeds geïndividualiseerde raakt. Tijdens de eerste besmettingspiek deden Rasoul en ik briefjes door de brievenbus bij onze buren: ‘Als we u kunnen helpen, bijvoorbeeld met het doen van boodschappen: laat het ons weten. We helpen graag.’ We kregen nul reacties, het bleef stil.

Microsoft Teams, een fijne thuiswerkplek, thuiswerkvergoedingen, het is goed om te doen, maar in de kern draait het daar niet om. Opladen, in balans zijn, betekent ontmoeten en verbinden. Menselijke interactie. Misschien dacht ik er zelf ook te licht over. Lang leefde ik in de hoop dat dit alles tijdelijks zou zijn, dat het volgende week beter zou worden, dat het snel over zou gaan. En dat ik dan weer verder kon gaan met waar ik was gebleven: soep maken voor collega’s, een uitje organiseren, een wandeling maken door het park. Maar het gaat niet over, nu nog niet.

Wat ik tot nu toe heb gedaan: boeken en bloemen sturen, digitaal aanschuiven bij teamvergaderingen en videoboodschappen opnemen. Mijn nieuwste probeersel: samen thuiswerken, corona-proof uiteraard. Wie wil is welkom om aan te schuiven bij mij aan de keukentafel. Ik kook, zet koffie en in de pauze maken we een wandeling.

Het is iets, maar niet genoeg.

‘Hoe?’ Ik vind geen antwoord op deze vraag, maar sommige vraagstukken zijn het waard om langer bij stil te staan. ‘Ook dit gaat voorbij’, spreek ik mezelf regelmatig toe. We weten dat het zo is. Wij weten alleen niet wanneer. Er is geen recept om in deze tijd (nieuwe) ontmoetingen aan te gaan. Iedereen doet het op zijn eigen manier.

Ik hoop – net als u – dat we teruggaan naar een gezondheidsniveau waarin sociale interactie weer de plaats inneemt van online ontmoetingen, waarin we weer kunst en cultuur kunnen consumeren. Laten wij tot het zo ver is iets proberen te betekenen voor de mensheid. Want wat we als mens achterlaten zijn herinneringen aan vriendelijkheid, doorzettingsvermogen en empathie.


Deel dit artikel: