Terug- en vooruitblikken met Job Cohen

Auteur:Job Hulsman
Datum:12. 20. 2019
Leestijd:5 minuten

Op de drempel van 2020 kijken we samen met Raad van Toezicht-voorzitter Job Cohen nog eenmaal over onze schouder. Wat was 2019 voor jaar? Om onze blik daarna op de toekomst te richten. ‘De rol van het UAF zal veranderen.’

Welk woord komt in u op als u terugdenkt aan het UAF in 2019?

‘Dynamiek. Er is veel gebeurd, zowel in- als extern. 2019 was het jaar waarin het UAF definitief overstapte op de zogeheten modulaire dienstverlening. Gevluchte studenten en professionals krijgen niet langer een standaard traject aangeboden, maar het UAF kijkt per geval welke ondersteuning nodig is. Het was een enorme operatie, inclusief nieuwe software. Desondanks is het in 2019 opnieuw gelukt om meer studenten en professionals te begeleiden dan in het jaar ervoor. Dat vind ik knap. Voor mijn gevoel staat de organisatie meer dan ooit op de kaart. Met dank aan de inzet van alle UAF’ers, de vele samenwerkingspartners die ook in 2019 aanhaakten, donateurs en natuurlijk de Comeniusprijs die directeur Mardjan Seighali won. Het was een uitdagend maar goed jaar.’

U was in 2017 betrokken bij de totstandkoming van de ‘strategie 2020’. Bent u tevreden over de uitvoering?

‘Belangrijke pijlers in die strategie zijn nieuwe huisvesting, modulair werken en regio-georiënteerd werken. Dat is allemaal gelukt. Dus het antwoord is: ja, ik ben zeer tevreden. De blik kan op de toekomst. Dat moet ook , want de nieuwe Inburgeringswet die in 2021 van kracht wordt zorgt voor nieuwe uitdagingen. 2020 wordt het jaar waarin we ons voorbereiden op die wet.’

In oktober was u voor de zesde keer aanwezig bij UAF live!. Met welk gevoel verliet u de zaal?

‘Tijdens UAF live! sta je oog in oog met studenten en professionals die ongevraagd in een nieuwe wereld belandden, met alle uitdagingen die daarbij horen, maar door keihard te werken iets bereikten. Daar heb ik oneindig veel respect en bewondering voor. Zo’n dag werkt relativerend, verhelderend en enthousiasmerend. Na afloop weet iedereen weer precies waar dit werk om draait.’

U bent sinds de jaren zestig donateur van het UAF. Zijn we als maatschappij beter dan voorheen in staat om de kennis en het talent van gevluchte studenten en professionals te benutten?

‘Dat zou me niets verbazen. Misschien wel om de doodeenvoudige reden dat migratie toeneemt. Ik merk het aan de vriendjes en vriendinnetjes van mijn kleinkinderen. In haar omgeving zie ik uiteenlopende afkomsten en culturen voorbijkomen. Hopelijk werkt dat door. De mix van culturen op de werkvloer bij het UAF spreekt me zeer aan, al besef ik ook dat genoeg bedrijven nog een lange weg te gaan hebben. Helaas is het nog steeds zo dat je eerder aan een baan komt als je Jan Jansen heet. Dit werk gaat altijd door. Elke talent dat verloren gaat is er één te veel.’

Als staatssecretaris van Justitie was u in 2001 verantwoordelijk voor de Vreemdelingenwet. ‘Rampzalig’ noemde u het dossier, omdat je uiteindelijk altijd mensen teleurstelt. Borrelen soortgelijke woorden bij u op als u denkt aan het werk van het UAF?

‘Ook jullie maken keuzes, het UAF kan nou eenmaal niet iedereen helpen. Maar de keuzes die de Vreemdelingenwet impliceert zijn nog veel vitaler. Wel of niet in Nederland kunnen blijven is wezenlijk anders dan wel of geen steun krijgen van het UAF. Een afwijzing van het UAF is nog niet het einde van de wereld.’

De Vreemdelingenwet vraagt om een ‘koel hoofd en een warm hart’ zei u destijds. Geldt dat ook voor ons werk?

‘Een koel hoofd en een warm hart is al-tijd goed, voor iedereen en zeker voor degenen die de Vreemdelingenwet uitvoeren. Zonder warm hart wordt het zo kil. Wat ik zie is dat iedereen die bij het UAF werkt, zonder uitzondering, een warm hart heeft voor het onderwerp en de doelgroep.’

In de nieuwe Inburgeringswet gaat de regie terug naar de gemeente. Vindt u dat een goed idee?

‘Ik was burgemeester van Amsterdam toen de regie werd weggehaald bij gemeenten. Ik zie de vergadering waarin Rita Verdonk haar plannen kenbaar maakte nog zo voor me. We maakten ons zorgen over de gevolgen en achteraf kun je zeggen dat die zorgen terecht waren. Jarenlang vroegen we te veel van nieuwkomers in Nederland. Er zijn bakken met geld uitgegeven zonder dat we wisten of het zinvol was. Regie terug naar de gemeenten lijkt me een goed idee.’

Heeft u tips voor beleidsbepalers die de nieuwe wet gaan uitvoeren?

‘Ik hoop niet dat alle gemeenten zelf het wiel willen uitvinden. Ik ken genoeg voorbeelden van decentralisaties waarbij dat wel het geval is. Clustering zou verstandig zijn. Het UAF kan een rol spelen als adviseur en sparringpartner bij de uitvoering van de nieuwe Inburgeringswet. Laten we onze kennis en ervaring ter beschikking stellen. Hoe precies? Dat mag je me eind volgend jaar vragen. We hebben nog een heel jaar de tijd.’

 

Interview: Job Hulsman
Fotografie: Venus Veldhoen


Deel dit artikel: