‘Alles achterlaten en het onbekende trotseren, daar is moed voor nodig’

Auteur:Erik Hoogeveen
Datum:6. 5. 2019
Leestijd:2 minuten

Ruim zestig jaar geleden kwam de Hongaarse student József Tóth als politiek vluchteling naar Nederland. Gesteund door het UAF rondde hij in Utrecht zijn studie af, waarna hij uitgroeide tot een van ’s werelds toonaangevende wetenschappers op het gebied van hydrogeologie. In 2018 deed professor Tóth, nu emeritus hoogleraar en woonachtig in Canada, een schenking van 650.000 euro aan het UAF.

 

‘Ik ontvluchtte Hongarije met mijn verloofde in 1956, ten tijde van de Hongaarse Opstand. Toen we de grens overstaken naar een vluchtelingenkamp in Oostenrijk keerden we ons leven in Hongarije voorgoed de rug toe, met nog maar een paar maanden te gaan tot ons afstuderen. Dat was moeilijk. Maar het was te gevaarlijk om te blijven, ik was te actief bij de opstand betrokken.

We kwamen in Nederland terecht. Met steun van het UAF kon ik in Utrecht studeren, al moest ik weer in het eerste studiejaar beginnen. Het UAF regelde ook onderdak voor ons bij twee Utrechtse zussen. Tijdelijk, zo was het plan, maar het klikte zo goed dat we er jarenlang bleven wonen — zelfs na de geboorte van onze dochters. Nederland werd ons tweede thuis, Nederlands onze tweede taal, en onze Nederlandse ‘tantes’ een tweede familie.

Ik heb een carrièrepad kunnen bewandelen waarvan ik iedere minuut heb genoten

Mijn studiejaren in Nederland hebben een fundamentele invloed op mijn leven gehad. Zonder de kans om verder te studeren had ik niet zo’n rijk leven gehad. Dan heb ik het niet over financiële rijkdom, maar over een veel groter geluk: ik heb een carrièrepad kunnen bewandelen waarvan ik iedere minuut heb genoten.

In mijn tijd steunde het UAF een paar honderd studenten, nu zijn dat er duizenden. Dat moet een enorme uitdaging zijn. Ik hoop dat mijn schenking bijdraagt aan de voortzetting van het belangrijke werk dat het UAF doet. Politieke vluchtelingen hebben de moed om op te staan en het onbekende te trotseren. Dat verdient geen medelijden, maar bewondering en een steuntje in de rug.’


Deel dit artikel: