<img height="1" width="1" style="display:none" src="https://www.facebook.com/tr?id=543988056270869&ev=PageView&noscript=1" />

‘Wat kunnen we doen?’ vroeg zij (13)

Auteur:Mardjan Seighali
Datum:1. 16. 2020
Leestijd:3 minuten

Zij – strakke, bij de knieën gescheurde spijkerbroek, geconcentreerde blik – zat helemaal vooraan en luisterde aandachtig. Afgelopen december was het, op de dag van de rechten van de mens. Soroptimist International Club Almere had een bijeenkomst georganiseerd op het Stadhuis in Almere Stad (thema: werk en educatie voor iedereen) en ik was te gast om mijn verhaal te vertellen ten overstaan van de honderdtwintig aanwezigen in de Raadszaal.

Toen interviewster Elisabeth van den Hoogen was uitgevraagd was het aan de aanwezigen in de zaal. Het meisje vooraan stond direct op. Ze kwam niet meteen aan de beurt maar hield vol en bleef staan. Na vijf, zes vragen gaf Elisabeth haar de beurt. Ze haalde adem en vroeg toen: ‘Wat vindt u dat wij kunnen doen voor de kinderen die vanuit andere landen gevlucht zijn naar Nederland?’

Haar vraag greep me aan. Ik voelde haar drive, aan de manier waarop ze haar vraag stelde – weloverwogen, geconcentreerd – en aan de twinkeling in haar ogen. Dit meisje wilde van mij weten wat zij kon doen om deze wereld beter te maken. En daarom vroeg ze wat ze kon doen voor kinderen die nieuw zijn in Nederland, de kinderen die ongetwijfeld bij haar in de klas zitten in. ‘Hoe oud ben je?’ vroeg ik.

Ze was dertien jaar.

Ik antwoordde: ‘Maak soms ongewone keuzes en probeer daarmee het verschil te maken. Hoe? Kijk eens op school welke mogelijkheden er zijn. Vraag het maar eens. Of vraag aan een gevluchte klasgenoot wat je voor hem of haar kan doen.’ Toen ik klaar was vroeg ze: ‘En wat nog meer?’ Blijkbaar vond ze de impact niet genoeg. Die gretigheid, prachtig! Ik zag een jonge, onbevangen en pure scholier, vrij van vooroordelen, zoekend naar een eerlijke samenleving.

Wie de kranten openslaat leest over Iran en de Verenigde Staten, over berovingen en ontvoeringen in de Golf van Guinee, over bosbranden in Australië en overstromingen in Angola. Dit soort grote gebeurtenissen zetten automatisch aan tot groots denken. We voelen ons klein en dus willen we groot handelen. Dat is mooi en logisch, maar het is niet altijd nodig. Bovengenoemde politieke- en natuurkrachten zijn dusdanig groot dat het soms beter werkt om de oplossingen voor een betere wereld in je eigen omgeving kunt zoeken. Zoals het meisje in de zaal in Almere.

‘Wat kunnen we doen?’ De vraag lijkt klein maar is enorm krachtig. We zijn niet allemaal bij machte om het lot van miljoenen mensen tegelijk te veranderen. Maar het leven van individuen om ons heen kunnen we wél veranderen. Houd je ogen open, kijk om je heen en constateer wie jouw hulp kan gebruiken. Onderschat het niet: bijdragen aan menswaardigheid begint bij kleine acties die liggen binnen je mogelijkheden.


Deel dit artikel: