<img height="1" width="1" style="display:none" src="https://www.facebook.com/tr?id=543988056270869&ev=PageView&noscript=1" />

De echte wereld begint niet in het buitenland

Auteur:Mardjan Seighali
Datum:2. 13. 2020
Leestijd:4 minuten

Als laatste van de negen deelnemers nam de gevluchte wetenschapper Tagrid Dinar (tot 2013 als dierenarts werkzaam in haar geboorteland Soedan, in Nederland afgestudeerd als epidemioloog) haar certificaat in ontvangst. Ze greep haar kans en de microfoon en zei: ‘Ik wil iedereen bedanken.’ Ze noemde haar onderzoeksbegeleiders, net als de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, de NWO, de Jonge Academie en het UAF. ‘Dankzij dit traject zie ik weer licht. Er is een einde gekomen aan de donkere tunnel.’ Op het podium stond een warme, open en communicatief sterke dame. Vrolijk en bescheiden stapte ze van het podium.

In 2018 werd het programma ‘Vluchtelingen in de Wetenschap’ in het leven geroepen. Na een succesvolle pilot ging het programma verder onder de naam ‘Hestia – Impuls voor Vluchtelingen in de Wetenschap’. Het programma financiert de aanstelling van academici die uit hun vaderland zijn gevlucht en in Nederland hun wetenschappelijke carrière willen voortzetten. Door gevluchte academici voor een jaar (inmiddels 18 maanden) aan te stellen voor een lopend onderzoeksproject kunnen zij het Nederlandse wetenschapsstelsel leren kennen. Na afloop krijgen de deelnemers een certificaat.

Het gebeurde spontaan toen Tagrid het podium afstapte: ik omhelsde haar. Als blijk van waardering. En omdat ik haar gemoedstoestand en woorden herkende. (Toen ik begin jaren ‘90 een beurs van het UAF kreeg voelde dat als het winnende lot, toen ik mijn propedeuse haalde zag ik licht aan de horizon.) Volgens mij begreep ze mijn spontane actie, want ze omhelsde me terug. Terwijl we elkaar stevig vasthielden dacht ik aan de woorden die minister Van Engelshoven – ook aanwezig bij de uitreiking – even daarvoor had uitgesproken. Ze had de negen wetenschappers een verrijking voor de academische wereld genoemd. Voor de academische wereld? ‘Voor Nederland!’ dacht ik. Wat zou ik haar graag als buurvrouw of collega willen. Daarna liet ik Tagrid los.

Op aanraden van vriend Rob las ik rond 2000 het boek Het Nederlandse onbehagen van Herman Pleij (uit 1991). Via het boek maakte ik kennis met het sobere landje Nederland. Uit de samenvatting: ‘Aandacht voor de eigen geschiedenis, cultuur en voor nationale sentimenten is niet erg populair. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. De echte wereld begint pas in het buitenland.’ Dankzij het boek begreep ik het calvinisme in Nederland beter, de soberheid, maar ook de mensen die moeite hadden met mijn gretigheid. ‘Ah, dus daarom vindt iedereen het irritant als ik ergens enthousiast op reageer’

In september is het precies dertig jaar geleden dat ik met mijn jongens in Nederland belandde. Het is twintig jaar geleden dat ik het boek van Herman Pleij las. Ik heb inmiddels genoeg gezien en gehoord om te kunnen zeggen: Nederland is in positief opzicht veranderd. Mede dankzij mensen als Tagrid. Om het even plat te zeggen: ik heb Nederland zien veranderen van een land dat boterhammen met kaas eet tot een land waarin hummus en pasta overal verkrijgbaar is. We hebben de ‘echte wereld’ naar binnen gelaten en dat heeft ons rijker gemaakt.

Niet alleen in de keuken, natuurlijk niet. Ik zou vele voorbeelden kunnen noemen. In sollicitatiegesprekken: in de jaren ‘90 zakelijk en afstandelijk, inmiddels persoonlijker en invoelender. We laten onze emoties zien, tonen onze kwetsbaarheden. En op het gebied van leiderschap: coaching en feedback wordt steeds meer gevraagd en gewaardeerd. Steeds meer mensen stellen zich open: ‘zo doen we het hier’ maakt langzaam plaats voor een open houding. Inclusie en meerstemmigheid is gemeengoed geworden. We hebben ons on-Nederlands ontwikkeld.

En wij maar denken dat de echte wereld in het buitenland begint. Dus niet. Cultuur is geen bezit. We dragen onze identiteit allemaal met ons mee. In groepen worden identiteiten en culturen gemengd en overgedragen. Als je openstaat voor elkaars waarden, als je bereid bent om te ontmoeten en uit te wisselen, dan ligt verrijking altijd binnen handbereik. Tagrid is dankbaar voor haar kans, het traject dat ze volgde via de NWO heeft haar verlicht. Maar het licht dat zij ziet verlicht haar omgeving óók. En dus moeten we ook dankbaar zijn voor Tagrid. Verscheidenheid brengt ons zoveel moois. Het wordt zo langzamerhand tijd voor een nieuw boek over Nederland.

Heb jij ook ervaring met een dergelijke rijkdom? Ik zou het leuk vinden als je het wilt delen.


Deel dit artikel: