Meer dan twintig jaar werkte Rachel (42) uit Myanmar in de zorg. Ze kan niet wachten om weer aan de slag te gaan. De grootste drempel? De taal. Met het programma Taalversnellers van het UAF zet ze de eerste stappen. En ze leert meer dan Nederlands alleen.
Rachel begon als verpleegkundige voor dementerenden, daarna werd ze afdelingsmanager. ‘Ik gaf leiding aan 36 mensen en gebruikte mijn contacten om te strijden voor een eerlijker Myanmar. Maar vanaf het moment dat ik naar Nederland vluchtte, was ik niemand meer. Alsof alleen het gras nog lager was dan ik’, beschrijft Rachel haar gevoel van machteloosheid.
Niet meer alleen
‘Het leven in een azc is gekmakend’, vertelt ze over de jaren die volgden. ‘Vrouwen die verschillende talen spreken, in kleine kamers met stapelbedden. Nooit privacy of rust.’ Al snel vond Rachel vrijwilligerswerk in een Indonesisch-georiënteerd verpleeghuis.
‘Het was mijn manier om te ontsnappen aan het azc.’
Maar dan wordt Rachel plots overgeplaatst naar een ander azc. ‘Met een knoop in mijn maag moest ik wéér opnieuw beginnen’, weet Rachel nog. Via het COA hoorde ze over het programma Taalversnellers van het UAF. Deelnemers krijgen digitale opdrachten en volgen twee keer per week een groepssessie met een vrijwilliger.
‘Ik was erg eenzaam’, vertelt Rachel over het moment waarop ze met de lessen startte. ‘Tijdens de eerste lessen vertelden we over onszelf. In mijn groep zaten onder andere een docent, een politieagent en een pianist. Allemaal verschillende mensen; en iedereen moest leren hoe het is om in Nederland te leven. Het deed me beseffen: ik ben niet alleen.’
Aansluiten op dagelijks leven
Eerst was iedereen verlegen. ‘Maar inmiddels corrigeren we elkaar direct. Zoals laatst, toen ik het woord “bieten” gebruikte in een zin. “Rachel, het is beíden!” zeiden ze toen.’ Elke week bespreekt de groep een ander onderwerp. ‘De zorg, bijvoorbeeld. Toen ging het over wat een huisarts doet, en dat je eerst moet bellen voor een afspraak. Ook oefenden we een keuzemenu. Die kennis was heel handig toen ik laatst een dokter nodig had.’
De aankomende les gaat over politiek. Rachel kijkt ernaar uit. ‘Want ik ben zelf politiek vluchteling.’ Tijdens de les wil ze iets vertellen over de situatie in haar land. Over hoe de revolutie van vijf jaar geleden met grof geweld wordt neergeslagen.’ Laatst vielen gewapende mannen haar geboortedorp binnen: haar man en dochter moesten vluchten.
De zorgen om haar gezin maken haar somber. Vorige zomer mocht ze eindelijk een aanvraag doen voor gezinshereniging, maar die procedure duurt jaren. ‘“Gaat het wel?”, vroegen mijn groepsgenoten toen ik stiller was tijdens de lessen. Het is een fijn idee dat er mensen zijn die zoiets opmerken’, vertelt ze over de steun die ze ervaart van haar Taalversnellers-groepje.
Waardevol advies
Inmiddels woont Rachel niet meer in het azc. Na drie lange jaren kreeg ze een woning toegewezen. Op dit moment kijkt ze met de gemeente hoe ze werk, inburgering en taalles kan combineren. Helemaal beginnen bij het laagste niveau Nederlands, dat hoeft niet. Want ze spreekt inmiddels een aardig woordje. ‘Daarom raad ik anderen ook aan: blijf niet wachten, begin!’

