Andreas Vlaszaty

Juli 2014 - De Hongaarse vluchtelingen van 1956 waren de tweede generatie UAF-studenten. Psychiater Andreas Vlaszaty (74) was een van hen. ‘Ik heb in Nederland altijd een grote sympathie voor Hongaarse vluchtelingen ervaren. Bij het UAF was het heel uitgesproken: de stichting was er werkelijk voor ons.’

‘Ik was gulzig naar kennis en ervaring'

 
Foto: Venus Veldhoen

Gesloten land
Toen de Hongaarse opstand in 1956 uitbrak, was Andreas Vlaszaty zeventien jaar. ‘In de jaren vijftig was Hongarije een gesloten land’, beschrijft hij het politiek-maatschappelijke klimaat waarin hij opgroeide. ‘De wereld buiten de landsgrenzen was onbereikbaar voor Hongaren. De grenzen waren gesloten.’

Unieke kans om te vluchten
De opstand bracht daar verandering in. In de korte, chaotische tijd werden de grenzen niet bewaakt. Dat bood veel Hongaren een unieke kans om het land uit te vluchten. Vlaszaty: ‘Het was voor mijn broer en mij duidelijk dat we moesten vertrekken. Een andere kans zou er misschien nooit meer komen. De gedachte dat ik voor de rest van mijn leven afgesloten van de wereld zou blijven, werd op dat moment onverdraaglijk.’

Studievaardig bevonden
Na een voettocht over de Oostenrijkse grens kwam Vlaszaty terecht in een groot vluchtelingenkamp. ‘Hoe het UAF in beeld kwam, weet ik niet meer precies. Het moet door de contacten van mijn tante zijn gekomen. Zij woonde al jaren in Nederland. Ik werd studievaardig bevonden en mocht op kosten van de stichting mijn middelbareschooldiploma halen. En als dat me zou lukken, een studie beginnen.’

Geweldige kans
Het Universitair Asyl Fonds – zoals het UAF toen heette – bood in Apeldoorn onderdak aan dertig jonge Hongaren, die in één jaar klaargestoomd werden voor het Nederlandse onderwijs. ‘Ik kwam in de vijfde klas van de HBS terecht en had de tijd van mijn leven. Het was vooral spannend. Mijn klasgenoten accepteerden me onmiddellijk. Ik ervoer het als een geweldige kans om iets van mijn leven te maken.’

Matigheid een deugd?!

‘Dat streven om verder te komen, te studeren, had ik altijd al gehad. Ik was gulzig naar kennis en ervaring. Zo gulzig, dat ik volledig verrast werd door de bescheidenheid die ik bij veel Nederlanders aantrof. Het was nieuw voor me dat matigheid, bijvoorbeeld met het eten, een deugd kon zijn, iets om naar te streven’, vertelt Vlaszaty over de mentaliteit die voor hem hét cultuurverschil werd. ‘Het heeft me jaren ergernis gekost voordat ik iets ervan begreep. Nog vele jaren later heb ik pas geleerd de goede kanten van die instelling te zien en zelfs te waarderen.’

'De studie bood me de kans om iets van mijn leven te maken'
Helpt u een vluchtelingstudent iets van zijn of haar leven te maken? Klik hier en doneer nu.


Welkom als vluchteling

In die tijd vergoedde het UAF alle kosten van de vluchtelingstudenten. ‘Het UAF betaalde mijn levensonderhoud en studie. Toen ik op de HBS zat, woonde ik in een door de stichting uitgezocht gastgezin. In Delft, waar ik mijnbouwkunde ging studeren, kwam een vertegenwoordiger van de stichting twee maal per jaar langs om te kijken hoe het met me ging.’


Het UAF leefde in de universitaire wereld
‘Ik werd lid van het studentencorps. Ieder lid betaalde bij de jaarlijkse contributie tien gulden extra. Dat geld schonk de vereniging aan het UAF. Zozeer leefde het UAF in de universitaire wereld. Zolang ik studeerde, en ook daarna, heb ik alleen maar positieve opmerkingen over Hongaarse vluchtelingen gehoord. Ook later ben ik nooit gediscrimineerd omdat ik vluchteling was, eerder het tegendeel.’

Het leven in de grote stad
Na één jaar Technische Universiteit was het voor Vlaszaty duidelijk dat zijn toekomst niet in de mijnbouwkunde lag. ‘Zo verhuisde ik naar Amsterdam en genoot ik van het leven in de grote stad. Ik liep al achter met mijn tentamens, toen mijn broer ernstig ziek werd.’ Vlaszaty ontfermde zich over zijn broer. Zijn eigen studie raakte zozeer op de achtergrond dat hij die ten slotte afbrak. Na een aantal jaren werken heeft hij zijn artsendiploma alsnog gehaald.

Het UAF was er werkelijk voor ons
De betrokkenheid van het UAF ervoer hij kort na het opgeven van zijn studie nog eens. ‘Toen mijn broer, die ook door het UAF gesteund werd, overleed, betaalde de stichting de kosten van zijn begrafenis. Ik heb altijd het gevoel gehouden dat het UAF er werkelijk voor ons was, zodat we de mogelijkheid kregen om te studeren.’ 

Ook nú zijn wij er nog steeds voor vluchtelingen. Helpt u mee zodat een vluchteling hier in Nederland kan studeren en een toekomst kan opbouwen? Klik hier en doneer nu.

Zelfde kans als Andreas

Zestig jaar geleden vluchtte Andreas Vlaszaty uit Hongarije en kreeg via het UAF de mogelijkheid te studeren. Nu vragen 300 Syrische vluchtelingen onze steun. 

Helpt u mee hen een kans te geven op een nieuwe toekomst? Klik hier en doneer om Syrische vluchtelingen in veiligheid te laten studeren!