Siham: 'Ik wilde niet vluchten maar de oorlog gaf me geen keus'

Het ergste is de donder. Het onweer brengt Siham (1991) in één klap weer terug naar de angst, naar de dode kinderen, naar het zwart, naar haar leven zonder toekomst toen ze nog in de Syrische stad Homs woonde. Het contrast met het leven dat ze nu leidt, is groot: met steun van het UAF is Siham begonnen aan de opleiding International Studies aan de Universiteit Leiden.



Ze was een succesvolle studente toen de oorlog losbarstte. Vol plannen en energie, met een oudere zus bij wie ze altijd terechtkon en ouders die alles voor haar overhadden. Als mensen weer eens neerbuigend deden over het feit dat haar vader geen zonen had gekregen, pareerde hij die opmerking altijd met de woorden: 'Ieder van mijn dochters is meer dan honderd zonen waard.' En dat meende hij, uit de grond van zijn hart.

Ze merkt dat ze het zachte in haarzelf is verloren, ze heeft te veel gezien. Het heeft alles te maken met de radicale beslissing die ze op haar twintigste maakte, te midden van het conflict, om als Syrische Rode Kruisvrijwilliger op een ambulance te gaan werken. Omdat ze ‘het niet meer kon aanzien hoe haar volk stierf'.

Dollemansritten in de ambulance
De collegebanken wisselde ze af met het stelpen van wonden, het sussen van gewonde, gillende, jonge mannen. Ze zag van moeders in paniek en kinderen die in haar armen stierven. Siham moest kogels van sluipschutters ontwijken. En dan waren er nog de dollemansritten in de ambulance door een kapotgeschoten stad die ze ooit haar thuis had genoemd.

45 van haar collega's stierven tijdens hun werk, meer dan honderd werden gevangen genomen. Ze deed het stiekem. Haar ouders wisten van niks; ze zouden het haar hebben verboden. Wat moest een jonge, veelbelovende meid van twintig ook tussen al dat oorlogsgeweld? En zo gevoelig als Siham altijd geweest was, dat zou ze toch niet aankunnen? Ze geeft haar ouders nu gelijk.

Tijdens een van de eerste ritten die ze maakte, hielp ze een jonge man – net 24 en twee maanden getrouwd – wiens hoofd kapot geschoten was. Ze raakte in shock, kon minutenlang niet bewegen. Terug in het ziekenhuis huilde ze haar verdriet eruit. Het werk op de ambulance was haar langzaam aan het 'verslinden'. Haar resultaten op school leken nergens meer op en psychisch 'ging het niet zo goed'.

'Je beste wapen is je opleiding'
Toen haar ouders achter het ambulancewerk kwamen, was de keus snel gemaakt: Siham moest het land uit, weg van het oorlogsgeweld, voordat er van haarzelf en haar gouden toekomst niets meer over was. Haar vader had het heel haar leven al gezegd: 'Je beste wapen is je opleiding.’

Eenmaal in Nederland opende de wereld zich weer voor haar en zag ze kansen om haar oude droom waar te maken. Teruggaan was niet mogelijk, omdat haar achternaam – dezelfde als van een politiek tegenstander van president Bashar al-Assad – problemen zou geven in welke toekomst dan ook. Ze kreeg een verblijfsvergunning en heeft succesvol een taaltraject afgerond. Nu is zij met hulp van het UAF begonnen met een studie aan de Universiteit Leiden.

Een toekomst
Siham ziet het UAF als haar redding. De organisatie hielp haar te geloven en te volharden in haar ambitie om te studeren. Het UAF heeft haar de droom teruggegeven die ze kwijtraakte op de ambulance in Homs. Ze ziet nu een toekomst voor zich binnen een internationale humanitaire organisatie zoals de VN. Siham maakt zich zorgen over de kinderen die zijn opgegroeid tijdens de oorlog in Syrië, die hun moeders en zussen verkracht zagen worden, hun vaders vermoord. Deze generatie kent geen onbekommerdheid, is haar onschuld veel te vroeg verloren.

Of ze zelf ooit teruggaat, weet ze niet. Wel weet ze zeker dat ze iets voor haar land en de wereld wil betekenen. Ze ging door 'al die lelijkheid' om haar droom waar te maken, dan moet ze er nu dus ook iets voor doen. Haar vader zei het laatst nog zo mooi tegen haar via Skype: 'Ik wil dat jij de persoon wordt die je altijd hebt willen worden.' Ze kan niet wachten.

Foto's: Venus Veldhoen