‘Dat ik cum laude ben afgestudeerd, maakt mijn ouders trots.’


Peshmerge Morad is de eerste winnaar van de UAF-Award. Tijdens UAF live! kreeg hij de prijs uitgereikt van de jury, die zijn buitengewone studie- en werkprestaties, beheersing van de Nederlandse taal en grote maatschappelijke betrokkenheid roemde. Toen de confetti eenmaal was neergedaald, belden we Peshmerge op om te vragen hoe het met hem gaat.

‘Hi’, zijn de eerste onwennige woorden van Peshmerge als hij het woord krijgt in een volle zaal in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De zaal lacht. 
Daarna komt Peshmerge op stoom. In een prachtige speech bedankt hij de mensen die hem hebben geholpen. Hij beseft nu pas hoeveel hij eigenlijk heeft gedaan, zegt hij. Peshmerge woonde debatten bij, nam deel aan gesprekken over integratie, was er als er besluiten moesten worden genomen, deed vrijwilligerswerk en ga zo maar door. De lijst is lang. En dat alles naast zijn studie aan de Hogeschool van Amsterdam, die hij dit jaar cum laude afrondde. 

De kersverse winnaar van de eerste UAF-Award besluit zijn speech met de woorden: ‘Deze prijs geeft, naast dat het een grote eer voor mij is, een verantwoordelijkheid om door te gaan met alles wat ik doe sinds mijn komst naar Nederland in 2012. Ik beloof om nog meer te gaan doen voor vluchtelingstudenten.’ Als Peshmerge onder daverend applaus het podium afloopt, wordt hij opgevangen door een tv-ploeg van Nieuwsuur die hem om een eerste reactie vraagt. De rest van de middag en de week erna staat hij in het middelpunt van de belangstelling.

Ben je inmiddels bijgekomen?
‘Nog niet helemaal, het zijn hectische weken. Het Parool, het studentenblad van de Hogeschool van Amsterdam, een lokale krant uit mijn voormalige woonplaats Schagen: ze willen me allemaal spreken. Voor een Koerdische televisiezender heb ik zelfs live via Skype iets verteld over de UAF-Award. Mensen klagen al dat ik niet meer reageer op mails, haha!’ 

Wat zegt het jou dat je deze prijs hebt gewonnen?
‘Ik help graag anderen en vind eigenlijk dat ik nog meer moet doen. Als student had ik veel tijd. Nu ik fulltime werk moet ik mijn tijd efficiënter indelen om hetzelfde te kunnen betekenen. Mijn vriendin, inmiddels mijn vrouw, is soms geïrriteerd. Ze vind dat ik te weinig tijd voor haar heb en te veel bezig ben met andere mensen. Ik kan me voorstellen dat ze dat zegt, maar ik doe dit heel graag. Ik wil er zijn voor mensen die hulp nodig hebben. Ik zie de UAF-Award als een mooie waardering voor dat wat ik heb gedaan. Dat vindt mijn vrouw overigens ook.’

Je studeerde dit jaar, heel knap, cum laude af. Hoe is het gegaan?
‘Het was niet makkelijk. Tijdens mijn afstudeerstage werd Afrin, het gebied in Syrië waar ik vandaan kom en waar mijn ouders nog wonen, aangevallen door Turkije. Het was heel heftig. Ik heb verschillende mails naar mijn decaan gestuurd, waarin ik schrijf dat ik niet weet of het me lukt om verder te gaan. Er vielen bommen op de dorpen en steden waar mijn ouders en familie woonden. Ze sloegen op de vlucht en er was lange tijd niets bekend over hun lot. Dat was zwaar, maar ik ben doorgegaan met mijn studie. Ondertussen sprak ik in Den Haag met Tweede Kamerleden. Het doel: Nederland aanmoedigen om operatie Olijftak te veroordelen. Helaas zonder resultaat.’

Hoe heb je dat allemaal gecombineerd?
‘Toen ik Computerwetenschappen studeerde aan de Universiteit van Aleppo, deed ik mee aan demonstraties tegen Assad. Ik vond het moreel niet verantwoord om te studeren, terwijl er op andere plekken in het land mensen werden doodgeschoten. Uiteindelijk ben ik gevlucht, waardoor mijn studie in de soep liep. Dat wilde ik niet nog een keer meemaken. Tijdens mijn afstudeerstage begin dit jaar heb ik gepraat met een psycholoog. Mede door die gesprekken kwam ik tot het besef dat ik door wilde gaan. Blijven huilen en somberen heeft geen zin. Hoewel ik uiteindelijk een 9 heb gehaald voor mijn afstudeerstage, heb ik niet alles geleerd wat ik wilde leren. Daar baal ik van, maar ik moest mijn opdrachten afmaken om alles op tijd af te krijgen. Dat het is gelukt, maakt mijn ouders trots.’ 

En nu zien zij hun zoon op de Koerdische televisie.
‘Dat is toch geweldig? Een jongen uit Afrin die iets heeft bereikt, ondanks alle ellende. Dat geeft mensen hoop.’

Je nam de afgelopen jaren regelmatig deel aan denktanks en bijeenkomsten over integratie. Waarom vind je dat belangrijk?
‘Als het over integratie gaat, ben ik de doelgroep. Ik vind het belangrijk dat wij durven zeggen wat we nodig hebben. In een democratie, kies je volksvertegenwoordigers. Maar als vluchteling heb je geen stemrecht, terwijl er wel besluiten worden genomen die jou aangaan. Alsof wij geen mening hebben. Drie jaar geleden was ik spreker op een avond in Amsterdam. Daar ontmoette ik rechtsfilosofe Tamar de Waal, die er ook sprak. In 2017 schreef zij een proefschrift over migratie, inburgeringsvereisten en democratisch burgerschap. Toen Tamar begin dit jaar stichting Civic opgerichte, nam ze contact met me op. Ze wilde me bij de stichting betrekken. Op die uitnodiging ben ik ingegaan. Als stichting proberen we invloed uit te oefenen op het inburgeringsbeleid, zowel op de korte als op de lange termijn.’

Je werkt nu als IT’er bij softwarebedrijf FlexKids. Wat zijn je plannen voor de toekomst?
‘Als het mij financieel goed uitkomt, ga ik een master doen in de IT. Daarnaast wil ik mensen blijven helpen die mijn hulp goed kunnen gebruiken. Dat hoeft niet altijd op grote schaal. Ik ben ook blij als ik één iemand kan helpen. Hoe ik dit alles ga combineren met mijn werk en mijn gezin, weet ik nog niet. Mensen zeggen vaak dat ik mezelf ook niet moet vergeten. Die neiging heb ik soms. Op de dag dat ik vertrok uit Syrië zei mijn vader: “Je kan pas vliegen als je zelf vleugels hebt." Daarmee bedoelt hij dat ik pas iets voor andere mensen kan betekenen als ik zelf stevig op mijn benen sta.’

Foto: Emiel Elgersma