‘Contact maken met mensen vind ik mooi’


Pearl Mulinde (27, afkomstig uit Oeganda) zit in het derde jaar van zijn hbo-opleiding verpleegkunde aan de NHL Hogeschool in Leeuwarden. Hij liep stage in de verslavingszorg, op een cardiologieafdeling en in een verpleeghuis voor dementerende patiënten. Studiebegeleiders en collega’s twijfelden in het begin of die stages wel goed zouden gaan, gezien zijn achtergrond. Pearl bewees echter dat hij het verpleegkundevak in zich heeft. Want, zo ontdekte hij, werken in de zorg gaat niet alleen over taal.

Het zou hem nooit lukken, waarschuwden mensen om hem heen toen Pearl stage ging lopen in een verpleeghuis voor dementerende patiënten in een klein dorp in Friesland. Collega’s verwachtten dat hij niet goed genoeg zou kunnen communiceren met patiënten, omdat hij het Nederlands nog niet perfect beheerst. En ook dachten ze dat patiënten misschien wel bang van hem zouden zijn, omdat de sector overwegend wit is en hij een donkere huidskleur heeft. Maar er gebeurde iets anders.

Lachen

Pearl herinnert zich vooral die ene oudere mijnheer nog: ‘Hij was veel boos, op iedereen. Hij wilde niets; niet eten, niet gewassen worden. Op een middag ging ik bij hem zitten en lachte tegen hem en toen begon hij ook heel hard te lachen. Ik hield zijn handen vast en vroeg hoe het met hem ging. Hij werd rustig, wilde weer eten en ik mocht hem zelfs wassen. Mijn collega’s waren verbaasd en zeiden dat ze deze reactie nooit eerder hadden gezien.’

Pearl lacht: ‘Contact maken met mensen vind ik mooi.’ Al geeft hij meteen toe dat het niet altijd makkelijk is: ‘Soms is het lastig, omdat mijn Nederlands nog niet zo goed is. De patiënt merkt dat ook natuurlijk.’ Toen hij stage liep bij een zorginstelling in de verslavingszorg, was de taal een struikelblok: ‘Daar was het allemaal nieuw voor mij en kreeg ik moeilijker contact met mensen. Ik miste ook goede begeleiding daar, maar het lag ook deels bij mij, omdat mijn taal nog niet goed genoeg is.’

Open en betrokken

Als hij één les heeft geleerd, dan is het wel dat de taal niet het allerbelangrijkste is in de communicatie tussen mensen: ‘Als je een open houding hebt naar de patiënt, dan is het niet erg als je de taal niet perfect spreekt. Als je betrokken bent en vraagt hoe het gaat, dan waardeert de patiënt dat. Dan creëer je een band tussen jou en de patiënt. Je moet eerlijk zijn en jezelf zijn. En iedere dag hard werken om je Nederlands te verbeteren natuurlijk.’ Zich betrokken tonen gaat vanzelf: ‘Ik word blij als ik mensen kan helpen.’

Bij een andere stage op een cardiologieafdeling in het Medisch Centrum Leeuwarden kreeg hij ook complimenten: ‘Collega’s zeiden dat ik makkelijk contact maak en dat patiënten mij meer vertellen dan hun.’ Hij herinnert zich een patiënt die net geopereerd was en emotioneel reageerde op het nieuws dat hij niet naar huis kon, terwijl hij voor zijn dementerende partner wilde zorgen. Pearl: ‘Hij hield mijn hand vast en trilde over zijn hele lichaam. Het was een emotionele ervaring, hij huilde. Toen ik zei dat het niet kon, omdat hij nog zorg nodig had en we voor zijn partner een oplossing zouden vinden, accepteerde hij het. Het was goed zo.’ 

Diepgaand gesprek

Soms ziet hij dat patiënten om hem moeten lachen, omdat hij er anders uitziet dan zijn overwegend witte collega’s. Dat vindt hij niet erg: ‘Daar begint het: met contact maken. En dus lach je met elkaar. En soms is dat ook een opening voor een diepgaand gesprek.’

Tot zes jaar geleden zag Pearl zijn leven er nog heel anders uit. Hij studeerde  informatica en techniek in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Omdat de autoriteiten zijn politieke activiteiten niet konden waarderen en het onveilig werd voor hem, moest hij op stel en sprong vluchten. Al in het opvangcentrum in Ter Apel leerde hij het UAF kennen. Hij werd toegelaten, kreeg een taalopleiding vergoed en verdiepte zich samen met het UAF in geschikte studiemogelijkheden: ‘Ik wilde eigenlijk geneeskunde studeren, maar na een gesprek met mijn studentenbegeleider heb ik besloten dat het toch beter was om verpleegkunde te studeren. Ik wilde namelijk graag snel aan het werk.’

Houvast

Het UAF betekent veel voor hem, vertelt hij: ‘Ik had jarenlang geen status en wist niet of ik hier lang zou kunnen blijven wonen. Dat ik me op dat moment toch ergens kon aanmelden voor een taalcursus en een studie, betekende alles voor mij: ik had iets om aan vast te houden, ik had een doel, een richting. Het UAF kwam op het moment dat ik het nodig had. Ze gaven me de moed om door te gaan.’ Dat is iets dat hij patiënten ook vaak op het hard drukt, vertelt hij: ‘Ik vertel mensen vaak dat ze door moeten gaan, dat ze niet op moeten geven. Ik zie ze dan tot rust komen.’

Na zijn opleiding wil hij misschien nog doorstuderen voor verpleegkundig specialist,  of een master in management gaan volgen aan de Universiteit van Groningen. Maar dat heeft geen prioriteit: ‘Eerst wil ik werken.’

Foto: Suzanne Blanchard