‘Ik had niet verwacht dat het zo’n mooi beroep is’

Eigenlijk had Shamsa geneeskunde willen studeren, maar het werd verpleegkunde aan de Hogeschool van Amsterdam. 2017 was het jaar dat ze eindelijk haar draai vond in haar studie.

Al zo lang Shamsa zich kan herinneren wil ze dokter worden. Het liefst cardioloog, net zoals haar opa in Somalië. ‘In mijn land zijn heel weinig cardiologen, dus mensen met hartklachten hebben daar een groot probleem en krijgen veel te weinig aandacht. Ik weet nog dat er een bekende van mijn opa en oma overleed aan een hartinfarct, omdat er geen goede medische zorg in de buurt was.’

Zenuwachtig

Shamsa werd grotendeels opgevoed door haar opa en oma en vluchtte op haar achttiende naar het veilige Nederland, naar haar moeder die daar al een aantal jaar woonde. Haar droom om cardioloog te worden, moest ze al snel opgeven, omdat het te hoog gegrepen bleek voor haar. Het werd de studie verpleegkunde van de Hogeschool van Amsterdam. Haar eerste stageplek: de afdeling cardiologie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. 

‘Ik was heel erg zenuwachtig’ vertelt Shamsa, maar dat bleek niet nodig. ‘Ik vond mijn stage heel leuk. Ik had niet verwacht dat het zo’n mooi beroep zou zijn. Veel mensen bedankten mij voor wat ik deed, daardoor raakte ik heel erg gemotiveerd.’ Taal is erg belangrijk in het vak van verpleegkundige, merkte ze, maar er was nog iets waar ze veel aan had, zo ontdekte ze: ‘Het is ook heel belangrijk dat je laat zien dat je er bent voor een patiënt, dat je duidelijk kan maken wat je wil en wat de ander wil.’ Naast haar studie werkt ze twee dagen in de week op een zorgafdeling met dementerende ouderen, op oproepbasis. ‘Dat vind ik leuk om te doen, maar mijn hart ligt toch in het ziekenhuis.’

Initiatief tonen

Omdat ze in het begin erg onzeker was over haar taalniveau, ging ze op zoek naar een cursus waar ze haar schrijfvaardigheid kon verbeteren. Het UAF droeg bij aan de kosten hiervan en beheert haar studiefinanciering van het DUO. Het regelmatige contact met haar studentenbegeleider waardeert ze: ‘Ze is er altijd als ik haar nodig heb.’

Ook is ze nog steeds blij met de mentor aan wie ze via het studentmentoringproject Refugees@campus van het UAF werd gekoppeld: ‘Als ik haar niet had gehad, was het nooit zo goed gegaan. Ze heeft mij zo goed geholpen met alles en dat doet ze nu nog steeds. Ze vertelde mij ook dat ze bij een eerste stage echt niet alles van je verwachten. Je hoeft echt niet alles in één keer te kunnen. Als je openstaat voor wat er komt, initiatief toont en vriendelijk bent, komt het allemaal goed.’

Trots

2017 was het jaar dat ze eindelijk haar draai vond in haar studie, vertelt Shamsa: ‘Ik werd zelfstandig en had geen hulp meer nodig bij het studeren, ook niet van mijn mentor.’ Ze is sinds het begin de ‘enige buitenlander’ in haar klas, vertelt ze, maar ook daar heeft ze geen problemen meer mee: ‘Het is een leuke, gezellig groep waar ik ook een paar echte vriendinnen heb gemaakt waar ik mee naar de bios ga of samen mee eet. Ik vind het leuk om Somalisch voor ze te koken.’  

En Shamsa ontdekte nog iets: het vak van verpleegkundig specialist: ‘Ik wil hier heel graag na deze opleiding voor doorstuderen, en dan in de richting cardiologie. Het lijkt al wat meer op het vak van dokter: je mag opnames doen, medicijnen voorschrijven en voorlichting geven.’

Shamsa heeft nog iedere dag contact met haar oma in Somalië, die tot haar achttiende zo’n grote rol speelde in haar leven: ‘Mijn opa is helaas overleden, maar mijn oma spreek ik nog iedere dag. Ze is erg trots op me en moedigt me altijd aan om door te gaan.’ 

Foto's: Suzanne Blanchard