‘Dankzij het UAF hield ik moed’

Mohamad Baghdadi is geneeskundestudent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De uit Syrië afkomstige student is Nederland dankbaar: ‘Dit land heeft mij warmte gegeven en veiligheid.’ 


Foto: Venus Veldhoen 

Het waren de vier dode lichamen van zijn buren die Mohamad Baghdadi (25) deden beseffen dat hij weg moest uit Syrië. De vroege ochtend was vol bombardementen geweest. Toen hij het huis van de buren inliep en zijn hoofd op de borstkas van zijn buurman wilde leggen om te luisteren of hij nog leefde, verpulverde die onder zijn oor. ‘De kracht van de bom was zo heftig, daar kon geen schuilkelder of goede dokter tegenop. Ook ik kon in dit land niets meer betekenen.’

Toen de oorlog begon, hadden Mohamad en zijn vrienden nog ‘grote hoop’ op ook een Arabische lente: ‘Na drie maanden zou de ellende wel voorbij zijn, dachten we.’ Een jaar later is die hoop vervlogen: ‘Als vierdejaars geneeskundestudent stopte ik met college om thuis mensen te kunnen helpen. Samen met een groep vrienden vormden we een medisch team in een noodziekenhuis. Daar zag ik de ware aard van Assad, hoe hij met onschuldige mensen omging.’

Wreed
Het was wrede, psychologische oorlogsvoering: ‘Het was ramadan en we werden iedere dag gebombardeerd, precies op het moment dat we weer mochten gaan eten. Toen wisten we nog niet dat na deze ‘simpele’ bommen het echte werk zou komen: containers gevuld met afvalmetaal die Assad boven de stad liet ontploffen. Het deed ons bijna verlangen naar de oude bommen. De bommen die de Russen nu laten ontploffen, zijn zo zwaar, dat je ook in het best beveiligde huis niet veilig bent.’ De angst was overal en altijd aanwezig: ‘Normaal sliepen we altijd met ons hele gezin in één kamer, maar mijn ouders verdeelden ons over vier kamers van ons huis: zo zouden we tenminste niet allemaal in één keer dood zijn.’
In de nacht van 31 december 2012, ‘toen de hele wereld feest vierde’, laat de familie Baghadadi hun huis voorgoed achter. In Turkije vindt het gezin een tijdelijk onderkomen en reist Mohamad drie maanden lang op en neer naar een ziekenhuis net over de grens in Syrië om daar als verpleegkundige te werken: ‘Ik moest iets doen.’

Doodvermoeid
Omdat er niet genoeg geld is om met de hele familie te vluchten, gaan Mohamad en zijn moeder voorop. Na een maandenlang reis met drie bootovertochten, komen ze doodvermoeid aan in Amsterdam. Van de chauffeur van de bus waar ze instappen, hoeven ze geen geld te betalen om mee te mogen: ‘Dat was mijn eerste contact met de Nederlandse bevolking. Wow, die zijn aardig dacht ik.’ 

In Ter Apel begint in 2013 de onzekerheid: ‘Ik wist dat de kans dat we een verblijfsvergunning zou krijgen waarschijnlijk nul was omdat we onze vingerafdrukken al hadden afgegeven in zowel Griekenland als in Italië. En iedere dag belde mijn kleine broertje: wanneer mogen we naar Nederland komen? En iedere dag huilde mijn moeder.’ Door ‘een wonder van God’ krijgen Mohamad en zijn moeder na drie maanden toch een verblijfsvergunning en wordt de familie niet veel later herenigd. 

Paniek
Na aanmelding bij het UAF volgt een moeilijke tijd: ‘Ik was erg teleurgesteld toen ik begreep dat ik weer eindexamen moest doen en alles opnieuw moest doen van mijn studie. Ik kreeg geen vrijstellingen. En ik wilde juist zo snel mogelijk aan het werk. Ik vond het verschrikkelijk dat mensen me als een profiteur of een gelukszoeker zouden zien.’

Ondertussen studeren veel studiegenoten in Syrië af met wie Mohamad op de universiteit had gezeten. ‘Ik zag hun foto’s op Facebook en raakte in paniek. Ik wilde naar Roemenië, omdat ik daar misschien meteen door kon stromen. Ik wilde zo graag aan het werk. Ik wilde geen vier jaar van mijn leven verliezen door alles opnieuw te moeten doen.’ Zijn studiebegeleider van het UAF hoort zijn plannen aan en vraagt hem om nog één keer naar haar toe te komen: ‘Tijdens die afspraak vertelde ze mij over de VASVU, een vooropleiding tot de universiteit, en de mogelijkheid die zij succesvolle studenten bieden om tot de studie geneeskunde toegelaten te worden.’ Mohamad laat zich overtuigen, haalt het toelatingsexamen en kan zich nog geen jaar later geneeskundestudent noemen. 
 
Zelfvertrouwen 
De schaamte is groot als hij het eerste blok niet haalt: ‘Ik durfde het aan niemand te vertellen, ook niet aan mijn studiebegeleider. Ik vond het schandalig na vier jaar studie.’ Na het tweede blok gaan zijn punten toch omhoog: ‘Ik had de taal en de manier van studeren beter onder de knie. Toen ik genoeg zelfvertrouwen had, ben ik met mijn begeleider gaan praten en heb ik hem kunnen overtuigen dat ik ook vakken uit het tweede jaar aankon. Ik heb in het eerste jaar ook vier vakken uit het tweede jaar af kunnen ronden.’ Naast zijn studie is hij druk met het oprichten van de Nederlandse tak van UOSSM, een internationale, onafhankelijk organisatie die mensen in Syrië gratis medische hulp biedt. 

Het UAF voelt ‘als een vader en moeder’: ‘Ze hebben mij op alle manieren geholpen. Ik kan me niet herinneren dat het UAF ooit nee heeft gezegd.’ Vooral de persoonlijke begeleiding zal hij nooit vergeten: ‘Dankzij mijn begeleider heb ik moed weten te  houden.’ Ook Nederland is hij dankbaar: ‘Dit land heeft mij warmte gegeven en veiligheid. Het heeft mij verwelkomd; ik kreeg wat Nederlandse studenten ook kregen. Dat is zo waardevol voor mij. Ik zou graag iets willen terugdoen voor dit land.’ 

Wat doet het UAF?

Het UAF helpt hoger opgeleide vluchtelingen bij hun studie en het vinden van een baan in Nederland. Wij adviseren, bemiddelen en geven financiële hulp.

Veel vluchtelingen studeerden en behaalden hun diploma al in het land van herkomst. Hun diploma’s worden in Nederland niet erkend. Daarom is opnieuw studeren hun enige kans om zich te ontwikkelen. Zo kunnen ze een bijdrage leveren aan de Nederlandse maatschappij.