‘Madeleine vertelt me dat ik sterk genoeg ben’

Heba Alibrahim (21, afkomstig uit Syrië) heeft de droom om met mensen te werken en ervoor te zorgen dat zij zich beter voelen. In 2017 begon ze met haar studie psychologie. Via het UAF kwam ze in contact met haar studentmentor Madeleine de Haan (25). Ze bleken dezelfde doelen en dromen te hebben.

Het is een koude vrijdagochtend op de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Heba heeft net een presentatie achter de rug die niet helemaal vlekkeloos ging. Ze is blij dat ze meteen daarna een afspraak had met haar mentor Madeleine, eveneens student aan de VU: ‘Ik was onzeker en teleurgesteld in mezelf; ik was zenuwachtig tijdens mijn presentatie en maakte veel foutjes. Madeleine heeft dat vervelende gevoel weggenomen. Tijdens het leven hier op de universiteit vergeet ik soms wat ik allemaal kan. Op die momenten vertelt ze me dat ik sterk genoeg ben, dat mijn Nederlands goed genoeg is en dat ik mezelf nog veel verder kan ontwikkelen hier.’

Super positief

Madeleine en Heba werden eind 2017 aan elkaar gekoppeld door het UAF en dat voelde eigenlijk meteen goed, vertelt Madeleine: ‘We hebben elkaar heel erg gevonden. Tijdens de interculturele training van het UAF die we samen deden, merkten we al snel dat we ons echt gezegend met elkaar voelen. We hebben veel aan elkaar en onze karakters vertonen veel overeenkomsten. Heba is iemand die alles super positief kan benaderen, maar tegelijkertijd ook heel realistisch kan zijn. Dat heb ik ook.’

Madeleine kwam precies op het goede moment in haar leven, vertelt Heba, want die eerste maanden van haar studie waren niet makkelijk: ‘Ik had wel aanspraak met medestudenten, maar echt contact was lastig. Zij zitten toch in een andere levensfase dan ik. Zij gaan het weekend samen feesten en drinken en ik moet snel naar huis –ik moet iedere dag vier uur reizen- omdat daar andere verantwoordelijkheden op me wachten, zoals mijn moeder helpen met formulieren invullen voor haar inburgering. Dat is wel een druk die ik voel.’

Inspirerend

Ook het studeren ging niet vanzelf, vertelt Heba: ‘Ik vond het moeilijk om tijdens het praten van de docent aantekeningen te maken. Alle talen gingen in mijn hoofd door elkaar heen. Er waren slides in het Engels, de docent praatte in het Nederlands en in mijn hoofd zat Arabisch. Ik ben in de eerste periode tijdens een hoorcollege een keer in huilen uitgebarsten, omdat ik het gewoon niet meer kon volgen.’ En dan de taal op schrift. Heba spreekt vrijwel vloeiend Nederlands, maar schrijven is lastiger: ‘Spelling en grammatica gaan nog niet foutloos.’

Madeleine gaf haar praktische tips en hielp haar om zich meer thuis te voelen op de universiteit, vertelt Heba. ‘Ik heb nu beter contact met mijn medestudenten. De hoorcolleges neem ik nu op en werk ik thuis uit. Mijn verslagen kijkt Madeleine voor me na en samen nemen we het dan door op taalfouten. Dat gaat goed: ik heb tot nu toe alleen maar verslagen met hoge cijfers gehaald.’ Heba is dankbaar voor de vriendschap die is ontstaan met haar mentor: ‘Madeleine inspireert mij. Ik heb veel mensen ontmoet, maar nog nooit iemand met zo’n goed hart.’ 

Doorzettingsvermogen

Madeleine op haar beurt bewondert het doorzettingsvermogen van Heba: ‘Ze studeert heel veel en maakt lange uren. Nederlands studenten studeren minder, maar scoren hoger dan zij. Dat moet soms best lastig zijn voor haar, maar ze zet gewoon door.’ Het contact met Heba leerde Madeleine iets over verbondenheid, vertelt ze: ‘Er kunnen zoveel factoren anders zijn, maar toch zijn we zo verbonden met elkaar. Want de onderliggende basis is hetzelfde; we hebben dezelfde doelen en dromen.’

Ze hebben het ook veel over haar toekomstplannen, vertelt Heba. Haar grote droom was altijd om kno-arts te worden, net als haar vader. Het feit dat Heba vorig jaar niet werd aangenomen bij de studie geneeskunde was even een bittere pil: ‘Ik was eerst heel teleurgesteld. Ik had zo hard gewerkt om aan alle eisen te voldoen.’ 

Toekomstdroom

Hoewel de studie psychologie niet haar eerste keus was, volgt ze de opleiding nu met plezier: ‘Het heeft nog steeds te maken met de reden waarom ik arts wilde worden: ik wil met mensen werken, ze beter maken, zich beter laten voelen. Als psycholoog kan je dat ook, maar dan op een andere manier. Bovendien ontdek ik tijdens deze opleiding mezelf, en leer ik veel over andere mensen.’ Maar ze heeft nog steeds hetzelfde doel, vertelt ze: ‘Alleen de weg ernaar toe is veranderd.’ En mocht het nu niet lukken om bij de opleiding geneeskunde binnen te komen, dan is dat ook niet erg: ‘De weg ernaar toe is het doel.’

Als binnenkort de formele zes maanden die staan voor een mentorschap erop zitten, zal er niet veel veranderen tussen hen, vertelt Madeleine: ‘We blijven elkaar zien en als het goed is wat vaker dan één keer in de week. We willen graag ook buiten de VU afspreken om iets leuks te doen. Dat is door de lange reistijd van Heba nu lastig.’ Heba: ‘Dat hangt ook een beetje af van of ik woonruimte vind in Amsterdam. Onze toekomst is in ieder geval samen.’ 

Foto's: Suzanne Blanchard

'Hier kan ik weer dromen'

In 2017 spraken we met Heba over haar leven in Syrië en over haar dromen. Ze wilde KNO-arts worden en patiënten weer laten lachen, net als haar vader. Lees hier haar verhaal.