‘Ik wil een ander gezicht laten zien van Syrië en van die moedige studenten’

Het publiek kent hem van het theater en het witte doek en inmiddels ook van een Gouden Kalf: George Tobal (1986, afkomstig uit Syrië). Dat was ooit anders. Tot vijf jaar geleden voelde Tobal zich vooral een vluchteling. Tijdens zijn studententijd had hij veel steun aan de rugdekking van het UAF. In het kader van het 70-jarige bestaan van het UAF speelt hij deze herfst een nieuwe voorstelling: Kinderen van Aleppo.

Vijf sterren kregen Tobal en zijn mede-acteurs onlangs van De Volkskrant voor hun nieuwe theatervoorstelling George & Eran worden racisten. Tobal ‘dwingt de toeschouwer in de spiegel te kijken’ zo luidde één van de lovende recensies over de voorstelling over vooroordelen.  

Stof tot nadenken

Je zou het typisch Tobal kunnen noemen: het publiek laten nadenken over zaken die op het eerste gezicht onbetwistbaar lijken.

‘Het laatste wat ik wil, is theater maken met een opgestoken vingertje. Ik probeer in mijn voorstellingen nooit antwoorden te vinden op de vragen die ik stel, omdat een verhaal altijd meerdere kanten heeft. Het hangt er maar net vanaf vanuit welk perspectief je de zaak bekijkt. Als je al die waarheden naast elkaar zet, dan blijft de nuance over. Je dwingt het publiek op die manier tot nadenken.’

Dat doet hij ook weer met zijn nieuwste voorstelling die in oktober in première gaat: Kinderen van Aleppo. Het idee voor de voorstelling ontstond in 2015 toen steeds meer Syrische vluchtelingen naar Nederland kwamen, vertelt Tobal:

‘We hoorden alleen maar over de verschrikkingen van de oorlog. Het leek wel of iedereen vergeten was dat het allemaal begonnen was als een vreedzaam protest tegen de onderdrukking en vóór de vrijheid. Met niet meer dan spandoeken, megafoons en vrijheidsleuzen trokken studenten de straat op. Daarom noem ik het ook de gestolen revolutie: het begon vanuit hoop, idealisme en onschuld, maar doordat andere groepen zich ermee gingen bemoeien, groeide het heel snel uit tot een bloederige burgeroorlog. Dat laatste is ook wel weer te begrijpen, want wat zou jij doen als jouw broer of zus vermoord zou worden? Dan zou je jezelf en de rest van je familie toch ook op zijn minst gaan verdedigen?’

Vangnet

Tobal zag dat veel van zijn leeftijdsgenoten ontgoocheld waren over de revolutie die ze vier jaar daarvoor waren begonnen: ‘Ze vonden de protesten tegen Assad allemaal belangrijk en zinnig, maar niet voor herhaling vatbaar. Dat vond ik een tegenstrijdige gedachte die ik niet goed begreep.’

De acteur en theatermaker besloot er een voorstelling aan te wijden en ging aan de slag: ‘Dankzij het UAF heb ik veel Syrische jongeren kunnen spreken die betrokken waren bij de eerste protesten.’ 

De band die hij voelt met het UAF gaat terug tot zijn studententijd in Amsterdam, vertelt hij: ‘Ik heb lang op een verblijfsvergunning moeten wachten, elf jaar. Als je dan opeens een status krijgt en naar een echte theatervakschool gaat, dan heb je het gevoel dat je in de grote boze wereld bent beland. Het was best eng om ineens mee te draaien in de maatschappij als je dat heel lang niet hebt gedaan. Ik had echt iemand nodig die me rugdekking gaf. Het UAF was mijn vangnet in die tijd.’ 

Hij heeft grote waardering voor de culturele initiatieven van het UAF: ‘Het UAF probeert mensen op allerlei manieren te raken en te betrekken, bijvoorbeeld met filmavonden, muziekuitvoeringen, foto- en kunstexposities en theatervoorstellingen. Persoonlijke ervaringen van vluchtelingstudenten zijn daarin heel belangrijk.’

Verblind

Tobal benadrukt dat zijn nieuwste voorstelling Kinderen van Aleppo niet gaat over zielige vluchtelingen: ‘Veel Nederlanders gaan voorbij aan het feit dat veel van deze studenten ooit vrijheidsstrijders waren, zonder wapens, die streden voor een betere toekomst van hun land. We zijn zo makkelijk verblind door vooroordelen. Ik hoop dat ik een ander gezicht kan laten zien van Syrië en van deze moedige studenten.’