‘Zelfstandig had ik de weg niet kunnen vinden’


Foto: Ahmet Polat

Victor Habyalimana (42) heeft eindelijk de baan van zijn dromen. De UAF-alumnus uit Rwanda legde een lange weg af sinds hij in 1999 voet op Nederlandse bodem zette. Nu is hij verpleegkundige in het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam. 

‘Word nooit verpleegkundige’, drukte zijn vader hem altijd op het hart. En zie wat er nu van hem geworden is, lacht Victor Habyalimana: ‘Deze baan past zo goed bij mij. Ik heb altijd al mensen willen helpen, maar wist niet goed hoe. Nu zie ik mensen blij worden van wat ik voor ze kan doen. Dat geeft me de moed en de vreugde om te leven.’ 

Het was een lange weg naar de vaste baan die hij nu heeft als verpleegkundige bij het Erasmus MC. Als jongste van zes kinderen groeide hij op in een gelukkig, welvarend huishouden in Rwanda. Zijn vader was verpleegkundige en was veel weg: ‘Het is keihard werken in Afrika. Hij moest altijd aanwezig zijn en alles kunnen om in noodsituaties te kunnen werken. Zo was hij ook verloskundige, hij was alles in één. Hij wilde niet dat ik ook zo hard moest werken voor mijn geld.’

Haat
Het leven was goed voor Victor in Rwanda, tot in 1994 de burgeroorlog uitbrak en binnen een aantal maanden 800.000 mensen werden vermoord. Daarna was het nooit meer hetzelfde: ‘De haat die onder de mensen was, was zo heftig. Het heeft ervoor gezorgd dat ons land heel instabiel werd, tot aan de dag van vandaag. Die haat voelen mijn ouders, die er nog wonen, nog steeds. Mijn moeder voelt zich al jaren niet meer veilig, maar mijn vader wil niet weg en zegt: ik ga hier dood.’ Victor kreeg problemen op school door zijn etnische oorsprong. ‘Ik ben Hutu omdat mijn vader dat ook is, maar mijn moeder is Tutsi. Dat was soms heel verwarrend, ik wist niet waar ik hoorde.’ 

Vlucht
Samen met vier broers en een zus vlucht hij naar Europa: ‘Het was ieder voor zich. Pas jaren daarna vonden we elkaar weer.’ Omdat hij in Rwanda leraar in het basisonderwijs was, besluit Victor na aankomst in Nederland in 1999 de Pabo te volgen. Als hij als vrijwilliger in een instelling voor gehandicapten in aanraking komt met de zorg, beseft hij dat zijn hart ergens anders ligt. ‘Ik was toen al leraar op een basisschool, maar miste de uitdaging. Ik wilde verpleegkundige worden.’

Een stap vooruit
Hij startte met steun van het UAF in 2006 de opleiding hbo-v in Rotterdam, maar moest die staken, omdat zijn uitkering werd stop gezet. Het UAF wees hem de weg naar een opleiding waar hij werk en studie wél kon combineren. Via het UAF hoorde Victor over een vacature voor leerling-verpleegkundige bij het AMC. Zijn studie kon hij voortzetten op de Hogeschool van Amsterdam. ‘Zelfstandig had ik die weg niet kunnen vinden.’

Het UAF stond hem tijdens zijn studies financieel bij, maar vooral ook mentaal: ‘Bij alle problemen die ik kreeg, deed ik beroep op het UAF. Ze hadden altijd goed advies. Ze hebben me kennis bijgebracht over de cultuur, over de Nederlanders, over de taal, over het onderwijssysteem. Hele kleine dingen op het eerste gezicht, maar die voor mij essentieel waren om een stap vooruit te kunnen zetten.’
 
Vertrouwen 
Het UAF was er ook voor hem toen de sociale dienst in 2011 zijn uitkering wederom stopzette en toen zijn afstuderen vertraging opliep: ‘Mijn studentenbegeleider heeft altijd vertrouwen gehad in mijn werk, dat heeft me enorm gemotiveerd.’

Het contrast met de oorlog die hij meemaakte en het leven dat hij nu leidt, is enorm. Door de oorlog is de behoefte om mensen te helpen, nog groter geworden, vertelt hij: ‘Een mens kan je niet vervangen, dat besef ik me nu nog meer. Het is heel waardevol voor een patiënt om nog twee jaar extra te leven, omdat hij er dan nog kan zijn voor zijn kleinkinderen. Ik vertrouw na de oorlog nog steeds op het goede in de mens. Een mens wordt zo gemaakt door omstandigheden.’ 

Baby
Hij wil andere vluchtelingstudenten op het hart drukken vooral de taal te leren en geduld te hebben: ‘Wees realistisch: ben je bewust van je positie in de maatschappij als je net begint. Weet dat je vluchteling bent en heel veel steun nodig hebt. Wijt niet alles aan discriminatie, je weet nog heel weinig van de cultuur, je bent nog een baby wat dat betreft.’ Maar het allerbelangrijkste: ‘Durf dromen te hebben en pak wat je krijgt, met twee handen.’

Dromen voor de toekomst heeft hij nog genoeg: ‘Ik hou van studeren dus ik wil misschien nog een masteropleiding volgen, maar ik blijf verpleegkundige. En misschien, ooit, schrijf ik nog eens een boek, ik heb zoveel in mijn hoofd.’ Hij denkt even na en zegt dan: ‘En ik hoop dat mijn twee kinderen een goed leven krijgen en nooit hoeven te vluchten.’ 

Wat doet het UAF?

Het UAF helpt hoger opgeleide vluchtelingen bij hun studie en het vinden van een baan in Nederland. Wij adviseren, bemiddelen en geven financiële hulp.

Veel vluchtelingen studeerden en behaalden hun diploma al in het land van herkomst. Hun diploma’s worden in Nederland niet erkend. Daarom is opnieuw studeren hun enige kans om zich te ontwikkelen. Zo kunnen ze een bijdrage leveren aan de Nederlandse maatschappij.