
Juli 2011- De Oeigoerse UAF-studente Rizwangul Mahsum (24) vluchtte drie jaar geleden vanuit de Chinese provincie Xinjiang naar Nederland. Als extra motivatie om Nederlands te leren, en ook om haar landgenoten te helpen, schreef ze een Nederlands-Oeigoers woordenboek. Ze bereidt zich nu voor op een studiein Amsterdam.
‘Toen ik in Nederland aankwam, sprak ik geen woord Nederlands’, vertelt Rizwangul. ‘Ik werd geïnterviewd door de IND met behulp van een Chinese tolk. Oeigoerse tolken waren er niet. Op dat moment besloot ik de Nederlandse taal zo snel mogelijk te leren.’ Dat viel niet mee, want ze moest elk woord eerst in het Engels vertalen en vanuit het Engels naar haar eigen taal. Ruim twee jaar was ze ermee bezig, nu is het woordenboek er. In een bescheiden oplage, waarvan het grootste deel al verkocht is. ‘Voor vele mensen was het een verrassing. Dat het mogelijk was, Nederlands in het Oeigoers te vertalen.’
In het initiatief zit ook een goed deel cultuurbehoud. Want veel Oeigoeren gaan tegenwoordig naar een Chinese school en leren het Oeigoers niet lezen, hoewel ze het wel spreken. ‘Oeigoerse ouders denken aan de toekomst van hun kinderen en sturen hen naar een Chinese school. Als ze Chinees spreken, komen ze later makkelijker aan een baan.’
Zelf zat Rizwangul op een Oeigoerse school. ‘In een dorp, nabij de stad Ghulja. De laatste jaren van haar middelbare school woonde ze in de provinciehoofdstad Urumqi. In 2008 was ze net begonnen aan een opleiding tot verpleger, toen de onlusten in Xinjiang uit de hand liepen. De rechten van de Oeigoerse bevolking werden door de Chinese overheid ingeperkt en demonstrerende Oeigoeren werden hard aangepakt. Door de onlusten moest Rizwangul vluchten. Bij het UAF vond ze steun. ‘Als het UAF er niet was, zou ik niet weten wat ik moest doen.’ Nu, na een voorbereidend jaar op de Vrije Universiteit, is ze klaar om met een studie te beginnen. Communicatiewetenschappen, hoopt ze.