Eén van de idealen van het UAF is dat vluchtelingen de gelegenheid krijgen om hun opgedane kennis en ervaring naar hun land van herkomst te brengen. Yemane Kokobe, ex-UAF student, is één van de mensen die dit ideaal nastreeft. Oud-UAF medewerker Wies Kalsbeek zocht hem op.
Op een zonnige zondagmorgen in januari 2010 zit de 53-jarige Yemane Kokobe op zijn werkkamer in zijn school in Gondar in Ethiopië. Tegenover het bureau staat een kast met daarop, naast de nodige papieren en ordners, een portret van Vincent van Gogh en een Friese vlag. Het zijn associaties met zijn twintigjarig verblijf in Nederland. Yemane woont sinds vier jaar weer in zijn geboorteland Ethiopië. In de stad van zijn vader. Hij is de oprichter, eigenaar en directeur van het Tsedale Nega College. Een privéschool voor vooral meisjes tussen de 17 en 20 jaar. Een bewuste keuze.
“Mijn start in Nederland in de jaren tachtig in Amsterdam was zwaar. Ik sliep bij het Leger des Heils, kreeg 's ochtends een broodje hagelslag en moest dan de straat op”, zegt Yemane. “Later, in Hardegarijp, Friesland, ben ik geweldig opgevangen. Nog steeds heb ik contact met familie en bekenden daar. Mijn andere speciale relatie met Friesland is de huidige samenwerking tussen mijn school en het Friesland College, het project Gondar on the move. Dertien studenten zijn binnenkort weer hier om les te geven in metaalbewerking, autotechniek, ICT en om een voetbalcompetitie op te zetten.”
“Ik heb de mooiste baan die er bestaat”, vertelt Yemane in goed Nederlands. “Ik werk zonder salaris maar krijg zoveel energie van wat hier gebeurt. Dit gebouw was een pakhuis van mijn vader en met hulp van velen hebben we er een mooie school van gemaakt. De school is zeven dagen per week open. Hier wordt vooral lesgegeven aan meisjes uit de dorpen in de regio. Ik wil meer hoop geven aan meisjes. De vrouwen moeten het toch doen in dit land. Ze zijn verantwoordelijk en geven minder snel op dan mannen."
Motivatie
"Ik heb me eerst verdiept in hoe ik ze kan motiveren. Als dat is gelukt, is de belangrijkste stap immers gezet. De leerlingen zijn voor het eerst van hun leven in een stad en hebben nog nooit een computer gezien. Nu leven ze hier en omdat veel van hen moeten werken komen ze ook 's avonds en zondags naar school. Ze zijn zo gemotiveerd”, zegt Yemane emotioneel.
Even loopt hij weg, dan voegt hij hier overtuigend aan toe: “Sommige meisjes hebben niets te eten, soms moeten ze naar huis omdat iemand thuis ziek is of omdat de vader in de gevangenis zit. Maar ze blijven komen! Ik creëer hier een middenklasse. Ik kies bewust voor opleidingen op MBO-niveau. Er zijn voldoende mogelijkheden op universiteiten, maar mede door ziektes als aids ontbreekt het aan een middenkader in dit land. Daar heeft Ethiopië een enorme behoefte aan. Het systeem van de overheid werkt niet altijd. Wij ontwikkelen hier een onderwijssysteem wat goed werkt”.
Regering eist geen deskundigheid
“Er wordt hier raar naar mij gekeken. Iemand die in Nederland heeft gestudeerd en daar kan wonen en ervoor kiest om in Ethiopië te zijn. Dat vinden mensen vreemd. Ik leef hier sober. Daarbij werk ik altijd. Dit is niet alleen mijn werk, maar ook mijn leven. Vroeger ging ik soms na het werk met mijn collega's wat drinken, maar dat hoort hier niet. Je bent de directeur. Het past niet bij je status om dan met je medewerkers om te gaan."
"Mensen begrijpen me vaak niet. Ik word soms tegengewerkt en krijg weinig ondersteuning. De regering eist loyaliteit, geen deskundigheid. Ik ga gewoon mijn gang. Het is soms eenzaam, maar ik doe wat ik belangrijk vind. Mijn vader heeft veel voor Gondar gedaan en was een bekend iemand. Door hem heb ik goodwill en contacten, maar voor de rest moet ik het allemaal zelf doen”, zegt Yemane bitter en strijdbaar tegelijk.
Het Tsedale Nega College heeft op dit moment 192 leerlingen, tachtig procent van hen zijn meisjes. Er wordt in verschillende vakken lesgegeven: Engels, computervaardigheden, entrepreneurship, zorg en welzijn, metaalbewerking, elektrotechniek en autotechniek. Yemane heeft 21 medewerkers in dienst. Hij vertelt dat hij naast het reguliere lesgeven ook andere activiteiten organiseert. Zo hebben mede dankzij professor Van der Weide en mevrouw Flipsen van de Radboud Universiteit Nijmegen onlangs tachtig leraren uit Gondar op zijn school gratis een ICT-training gehad.
Yemane: “Er is op de school een lokaal met zeker dertig computers beschikbaar. Als ik geld beschikbaar zou hebben, zouden er meer meisjes naar school kunnen. De school is voor expertise en geld afhankelijk van de samenwerking met verschillende instellingen en organisaties.” Yemane licht toe: “Ik was in 2007 aanwezig bij het Akkoord van Schokland over de millennium-doelstellingen. We krijgen sindsdien voor een aantal projecten een financiële bijdrage van Edukans, een onderdeel van het Learn4Work project. Learn4Work is een programma gericht op het verbeteren van beroepsonderwijs in vier Afrikaanse landen, waaronder Ethiopië."
"Vele beroepsonderwijsinstellingen en NGO's werken samen aan het vergroten van de toegang tot het beroepsonderwijs. Ook is er veel aandacht voor het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs. De samenwerking met het Friesland College is ook in Schokland gestart op initiatief van de heer Gerard Lommerse van de organisatie Alice O. Ik hoop dat er meer mogelijkheden ontstaan de komende jaren, zodat ik mijn werk voort kan zetten en uit kan breiden. Hier doe ik enorm mijn best voor. Ik bied bijvoorbeeld graag stageplaatsen aan voor studenten in Nederland.”
Krant en melk
Op de vraag of Yemane Nederland mist zegt hij het volgende: “Zeker mis ik Nederland. Ik las graag de krant, Het Parool en de Volkskrant. Ik genoot van de columns van bijvoorbeeld Theodor Holman. Ik ging graag naar De Balie in Amsterdam. Ik heb veel geleerd van mijn werk voor de PvdA. Ik heb nu een tekort aan die inhoudelijke voeding. Ik mis ook de melk, hier drinken we geen melk.”
Yemane heeft met veel inzet Arbeid- en Organisatiepsychologie aan de Vrije Universiteit gestudeerd. Hij zegt: “Dankzij de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF kon ik starten met mijn studie toen ik nog geen verblijfsvergunning had. Door deze steun word je nog gemotiveerder. De steun van het UAF is een extra drijfveer om je studie goed te doen en succesvol af te ronden. Het was na mijn studie lastig om werk te vinden. Ik heb onder andere als bijstandsmedewerker bij de Sociale Dienst in Amsterdam gewerkt. Maar hier in Gondar ben ik op mijn plek. Nu heb ik de baan waar ik vroeger van droomde.”
Wies Kalsbeek, februari 2010