
Hany voor de Vrije Universiteit. Foto: Venus Veldhoen
September 2011-
De twintigjarige Hany Ibrahim Mohammed wil niets liever dan studeren. Hany is geboren in Ethiopië, groeide op in Eritrea en is sinds 2008 in Nederland. Eerst volgde hij een voorbereidend jaar op de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam en nu studeert hij International Business Administration (IBA) op dezelfde universiteit. ‘Zonder het voorbereidende jaar zou ik het niet hebben gehaald.’
Een wiskundeknobbel, die had hij altijd al. Ook van huis uit: zijn vader was universitair docent informatica in Eritrea.Het liefst was Hany dan ook in de voetsporen van zijn vader getreden, maar de studie informatica leek hem te hoog gegrepen. En om nog een jaar te besteden aan studievoorbereiding – nee, daarvoor heeft hij al teveel tijd verloren. Drie jaar om precies te zijn.
Na zijn eindexamen van de middelbare school in Eritrea ging hij in militaire dienst. Na de verplichte diensttijd was er een reële kans dat Hany, zoals velen, voor het leven in het leger had moeten blijven. Die gedachte was voor Hany een nachtmerrie: hij wilde iets van zijn leven maken. Daarom vluchtte hij naar Soedan en een half jaar later naar Nederland, waar zijn vader al sinds enkele jaren verbleef. Zijn vader bracht hem in contact met het UAF, dat vervolgens het eerste contact legde met VASVU, het instituut dat het voorbereidende jaar voor anderstalige studenten op de VU verzorgt.
In september 2011 gaat Hany het tweede jaar in van de studie International Business Administration. Het tempo van studeren in Nederland was wel even wennen, maar Hany zet door. Studeren was immers altijd zijn droom, en hier kan het.
‘Tijdens het voorbereidende jaar werkte ik aan mijn Nederlands en maakte ik kennis maakte met allerlei aspecten van studeren in Nederland. Die voorbereiding heeft het mogelijk gemaakt dat ik eindelijk met mijn studie kon starten’, zegt Hany. ‘Toen ik voor het eerst op de VU kwam, had ik nooit kunnen geloven dat ik voor het toelatingsexamen zou slagen.’
Nu maakt hij zich hooguit zorgen over het contact met Nederlandse studenten. ‘Mijn eerste doel is om te integreren.’ Zijn bijbaan bij een medisch adviesbureau dwingt hem het Nederlands actief te gebruiken. Gelukkig maar, want zijn toekomst ligt voorlopig hier. ‘Ik streef naar het hoogst haalbare. Het zal niet altijd meevallen, maar ik zie mezelf over tien jaar werken in het Amsterdamse World Trade Center.’