Twitter Linkedin Facebook

Een nieuw leven na acht jaar gevangenschap

 Foto: Venus Veldhoen




'Hoop is het laatste wat sterft'







Maart 2011- De vrijlating van ‘de Zes van Benghazi’ was wereldnieuws in 2007. Ruim acht jaar had de Palestijnse Ashraf El-Hojouj samen met vijf Bulgaarse verpleegkundigen in de Libische gevangenis vastgezeten op verdenking van het besmetten van honderden baby’s met het hiv-virus. Hun onschuld was overduidelijk. Nu studeert El-Hojouj met steun van het UAF.


Politieke speelbal

De huidige UAF-student Ashraf El-Hojouj (41) schreef over zijn ervaringen het boek Khaddafi’s zondebok. Het boek is het huiveringwekkende relaas van de acht jaar die El-Hojouj onschuldig vastzat. Hij werd door foltering en extreme isolatie onder druk gezet om een misdaad te bekennen die hij niet had begaan. ‘Khaddafi bedreef ruilhandel’, zegt hij. ‘Hij gebruikte ons als wapen om de aangeklaagde in de Lockerbie-zaak vrij te krijgen. Dat is hem gelukt.’

De arrestatie van El-Hojouj, bijna gediplomeerd arts die zijn co-schappen liep in het kinderziekenhuis van Benghazi in het oosten van Libië, was doortrokken van politieke motieven. ‘De Libiërs wisten dat niemand zich om een staatloze Palestijn zou bekommeren. Ik was een veilige keuze.’ In feite was de hiv-besmetting in het ziekenhuis het resultaat van ondermaatse hygiëne en gebrekkige faciliteiten; met onderontwikkeling wilde Khaddafi de oppositie in het oosten van het land in toom houden. ‘Mijn situatie in de gevangenis verbeterde steeds als Khaddafi successen boekte in de internationale arena. En andersom.’


Kindertijd in Libië

Als kind van Palestijnse vluchtelingen was El-Hojouj zich van jongs af aan bewust van de precaire situatie van zijn familie in het land. Zijn ouders hadden lang in Egypte gewoond maar verhuisden naar Libië, omdat zijn vader daar als wiskundeleraar een goede baan kon krijgen. Helemaal ontspannen leefden ze er niet, want de verblijfsvergunning van het gezin moest ieder jaar vernieuwd worden. Een verslechtering van de relaties tussen Khaddafi en Arafat had kunnen leiden tot uitzetting van Palestijnen uit Libië. Toch beschrijft El-Hojouj zijn jeugd als relatief zorgeloos en veilig. De jonge Ashraf was een fervente aanhanger van Khaddafi en lid van diens Revolutionair Comité. ‘In een totalitair land zijn er geen alternatieven. Er wordt slechts één denkwijze aangeboden. Als immigranten wilden wij ons vooral aanpassen en succes boeken in het land waar we mochten leven.’

Na de middelbare school koos hij voor de studie geneeskunde, omdat hij de Palestijnse slachtoffers van het Midden-Oosten conflict wilde helpen. ‘Pas in de gevangenis drong het tot me door dat ik als arts eventueel ook mijn vijand zou moeten helpen’, zegt hij. Als arts – als  hij arts had kunnen worden.


Nieuw leven in Nederland

Zijn ouders en vier zussen, die na zijn arrestatie alle reden hadden om voor hun leven te vrezen, kregen in 2005 asiel in Nederland. Vanuit Nederland lukte het hen om internationale aandacht op El-Hojoujs zaak te vestigen. De Europese Unie, Amnesty International, de Amerikaanse politicus Jesse Jackson en Frankrijk – in de persoon van de voormalige presidentsvrouw Cécilia Sarkozy – ontfermden zich over hem. ‘Hoop is het laatste wat sterft’, noteerde hij in zijn gevangenisdagboek. Twee jaar later kwamen hij en zijn Bulgaarse medegevangenen eindelijk vrij. De Bulgaren hadden ervoor gezorgd dat hun land ook El-Hojouj wilde ontvangen. Daarmee had hij een plek om heen te gaan. Maar zijn familie zat in Nederland.

‘Aanvankelijk had mijn leven geen richting. Ik wist niets te beginnen met mijn vrijheid. Toen ik in 2008 naar Nederland verhuisde om bij mijn familie te zijn, mocht ik niet werken of studeren. Het voelde alsof ik na de ene gevangenis nu in een andere gevangenis was beland. Als je geen diploma hebt en de taal niet spreekt, kun je niet veel.’ Maar zijn wil om zijn leven opnieuw op te bouwen is sterk. Het UAF steunt hem daarbij. Net als zijn twee zussen voor hem, kan ook hij nu met hulp van het UAF studeren. Sinds vorig jaar leert hij Nederlands voor het staatsexamen. Het examen hoopt hij in de zomer te halen om in september met de vierjarige hbo-studie radiologie te kunnen beginnen. De kennis van zijn Libische studie geneeskunde heeft hij nog wel, maar geen papieren. ‘Bij navraag ontkende mijn universiteit in Libië dat ik er ooit had gestudeerd.’

Naam- en gezichtsloos, ontkend en vergeten. Met zijn boek wil El-Hojouj de aandacht vestigen op de vele slachtoffers van mensenrechtenschendingen die op dit moment moeten lijden. ‘Het boek is mijn verhaal, maar het gaat niet alleen om mij maar ook om alle anderen die nog onschuldig gevangen zitten. Zij zijn allesbehalve verzekerd van een goede afloop.’

Lees meer over het boek van Ashraf El-Hojouj: Khaddafi’s zondebok (Meulenhoff 2010)
 

Meer portretten

Meer portretten lezen van bijzondere UAF-studenten?
Klik hier

Nieuwsbrief

U kunt zich hier aanmelden voor de nieuwsbrief. Blijf op de hoogte Meld u aan voor de nieuwsbrief
Gratis e-nieuwsbrief (4x per jaar)
Versturen