Twitter Linkedin Facebook

Columns van oud-UAF-studenten

Ken Masjdedi

Ali Al Tuma

 

Ken Masjdedi


Vandaag is weer een nieuwe dag, maar niet voor haar...

September 2011
Het was vroeg in de ochtend. Ik stond voor het raam en bewonderde de vroege zonsopgang die door de hoge en lage bomen in mijn ogen scheen, ik telde de laatste uren van mijn lange en vooral drukke nachtdienst in het ziekenhuis. Anderhalf uur later zou de dagdienst mij overnemen.
Voor mij was een nieuwe dag geboren, helder en warm maar zij zal nooit meer een nieuwe dag meemaken. Terwijl ik naar buiten staarde, realiseerde ik me hoe onbetrouwbaar en oneerlijk het leven is en hoe onverwacht we in eens het leven moeten verlaten. Nog nooit eerder was zij ziek geweest, gisteren nog gesport maar vandaag is ze er niet meer. Met het hele team hebben wij alles op alles gezet haar te redden maar het mocht niet baten. Na een lang gevecht, hopende haar weer op de rail te krijgen, hebben wij de handdoek in de ring moeten gooien…
 
Als dokter ben ik door de jaren heen getraind en opgeleid in vergelijkbare situaties om te kunnen gaan. Je kunt niet altijd mensen in leven houden, soms zul je ook geconfronteerd worden met slecht nieuws gesprekken en moet je familieleden en naasten vertellen dat je niets hebt kunnen betekenen voor ze. Hoe verder ik kom en hoe meer ervaring ik opbouw, hoe makkelijker het inderdaad wordt om ermee om te gaan.
 
Mijn handen trilden toen ik de deur van de familiekamer open deed, een volle kamer met hoopvolle gezichten die me aankeken en vervolgens door mijn houding langzaam steeds minder hoopvol leken te worden. Ik vertelde het aan ze en zei minuten lang niets meer… Ik was uitgesproken.
 
Terwijl ik nog steeds bij het raam stond, tikte een andere patiënt op mijn schouder en riep: “goede morgen dokter” Uw dienst zit er op! ! ! Hij lachte en terwijl ik hem aankeek dacht ik: “Ik heb het mooiste vak van de wereld”  

 

De Boekenweek
Maart 2011

De wereld staat op zijn kop. In de Arabische wereld is het de golf van de revoluties die zich van land tot land verspreid terwijl Japan getroffen wordt door een afschuwelijke natuurramp. Kranten worden volgeschreven met uiteenlopende berichten, de televisie zendt live rapportages uit, maar het gewone leven gaat ook gewoon door… Het is naast alle ellende op de wereld ook gewoon Boekenweek in Nederland. Landelijk wordt er aandacht besteed aan de literatuur. Ook ik moet even terug denken aan sommige boeken die ik in het Nederlands heb gelezen. Elk boek heeft een andere betekenis gehad voor mij en ik vind het moeilijk ze tegenover elkaar te zetten en te zeggen welke nou belangrijk is geweest voor mij in Nederland.

De moeder van David S van Yvonne Keuls was het eerste Nederlandstalig boek dat ik gelezen heb. Een psychologische roman waarmee de lezer geconfronteerd wordt met de dagelijkse obstakels die hij/zij tegen kan komen in het leven,verwerkt in het levensverhaal van een moeder. Door de herkenbaarheid van thema’s, leest het heel makkelijk en vlot. Voor mij was dit boek de eerste stap in het kennismaken met de Nederlandse literatuur.

Door de jaren heen ben ik steeds meer en met name ook anders gaan lezen. Karel ende Elegast, een middeleeuws ridderverhaal, bracht mij tot een totaal ander inzicht wat betreft de Nederlandse literatuur. Dit boek neemt een bijzondere plek in de schrijf/vertelgeschiedenis van Nederland. Het is namelijk de enige Middelnederlandse Karelroman waarvan men vandaag de dag nog een volledige tekst bezit. Het bijzondere aan het boek vind ik de manier waarop het verhaal wordt verteld, namelijk op een poëtische wijze die voor mij erg herkenbaar is vanwege de perzische schrijfstijl.

Een belangrijke periode in de geschiedenis van Nederland is de Tweede Wereldoorlog geweest. Daar is ook ongelooflijk veel over geschreven en zijn veel films over gemaakt. Daarin ontbreekt uiteraard niet het meesterwerk De aanslag van Harry Mulisch. Een oorlogsroman die ons terug neemt in de tijd waarin mensen elkaar niet vertrouwden. Ik lees en ik zal er blijven lezen want ik ben er nog lang niet. Op het nachtkastje wacht De Koning van Kader Abdolah op mij.

 

 

Ik hou van Oranje, van zijn daden en zijn doen!

Juni 2010

 

Ik was 5 jaar oud in 1988 en woonde in het verre Oosten, Kabul. Het zit diep in mijn geheugen: 25 juni, een doodgewone zomerse dag. “Holland” versloeg de Sovjet Unie met 2-0 in de finale van het EK in het Olympische Stadion in München. Het oranje legioen vierde feest. Voor het eerst in de geschiedenis wist Nederland bij een grote toernooi alle aandacht naar zich toe te trekken. Ruud Gullit en Marco Van Basten waren mijn grote helden. Maanden later hingen hun posters nog boven mijn bed. Mijn oranjegevoel was geboren, niet wetende wat het echt inhield.

 

Nu ben ik in Nederland en ik ben een fanatieke deelnemer geworden van het gevoel. Nu weet ik wat dat is en hoe het voelt. Voor mij betekent het grenzeloos denken, geen leeftijd of huidskleur kennen, een onderdeel zijn van een grote massa. Met je familie, vrienden en kennissen een groot feest van maken, letterlijk integreren tot elkaar. De kracht van voetbal is verbazingwekkend groot, het heeft een universele waarde waar in het verleden politieke en maatschappelijke conflicten mee opgelost zijn. Elke natie viert het op zijn manier en zo ook het oranje legioen. Je hoeft niet te kunnen voetballen of voetballiefhebber te zijn om erbij te kunnen horen. Van Leidseplein tot Oude haven, van huiskamers tot kroegen, van straten tot pleinen, alles wordt een en al oranje. De meest gekke traditionele Hollandse symbolen komen tevoorschijn, van stukken kaas tot houten klompen. Miljoenen mensen zitten achter de buis, fungerend als twaalfde man.

 

Het zit er weer aan te komen, het gaat weer gebeuren. Zuid-Afrika is er klaar voor. Bert van Marwijk heeft zijn jongens geselecteerd. Mijn verwachtingen zijn hoog. De doos met oranje attributen kan uit de kast. Bier is koud, Andre is er niet maar zijn muziek klinkt door de ramen, de polonaise mag beginnen. Ik houd van oranje, van zijn daden en zijn doen, ook ik ben er klaar voor! Het is feest. Ik weet zeker dat 11 juli 2010 een doodgewone zomerse dag zal worden…



Ali Al Tuma: Een droom en een avontuur- een jaar Ph.D-onderzoek
Maart 2011
Negen maanden zijn voorbij gegaan sinds ik van NWO (de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) bericht kreeg een promotiebeurs te hebben gekregen. Het heeft veel werk gekost om deze Mozaïekbeurs, bedoeld voor academische talenten van allochtone afkomst, te winnen. Voor deze studenten worden jaarlijks twintig beurzen ter beschikking gesteld in verschillende velden, van geneeskunde tot geschiedenis. Van deze twintig was mijn beurs in 2010 als enige in de geesteswetenschap toegekend. Zes a zeven maanden werk was nodig om het uiteindelijk voor mekaar te krijgen: een onderzoeksvoorstel, gevolgd door een tweede fase met workshops en het schrijven van een gedetailleerd voorstel en in juni een presentatie. In al deze fases kreeg ik intense begeleiding, inclusief een oefen-presentatie, van docenten van mijn universiteit (Universiteit Leiden). Zonder hen was het mij waarschijnlijk niet gelukt.

Nu beleef ik het geluk te kunnen werken in het veld waar mijn interesse in ligt, een mogelijkheid die niet iedereen heeft. Sinds ik begonnen ben heb ik een historisch wetenschappelijk artikel gepubliceerd, een ander artikel is onderweg naar publicatie. Hiernaast heb ik bij twee historische symposia in het buitenland lezingen gegeven. Naast deze zelfontplooiing was dit een mooi avontuur voor mij, en dat is het nog steeds.

Hoe leuk het ook allemaal mag zijn, het vraagt veel: Bij mijn onderzoek naar de rol van de Marokkaanse soldaten in zowel de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) als de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) ben ik in januari en februari in Marokko geweest. Mijn intentie was zowel archiefonderzoek te doen als interviews te verrichten met veteranen van deze twee oorlogen. Het feit dat de Spaanse Burgeroorlog en WO II respectievelijk 72 en 66 jaar geleden afgelopen zijn, was een reden voor twijfel over mijn kansen nog levende veteranen te vinden. Dit was tevens de reden waarom mij - ook door specialisten - werd afgeraden voormalige veteranen te zoeken.

Ondanks de onzekerheid ben ik mijn zoektocht begonnen, waarbij ik tegen meerdere obstakels aangelopen ben. De eerste is een 'vertrouwensbarriere' die overwonnen moet worden bij de veteranenvereniging, die valt onder het Ministerie van Defensie, voordat deze bereid is om hulp te bieden. Hiernaast is het een race tegen de klok. Drie weken na het interviewen van een veteraan van de Spaanse Burgeroorlog, is hij overleden. Daar kwam ik achter toen ik zijn familie opbelde. Ik vraag me af hoeveel van de geïnterviewden nog in leven zijn op het moment dat ik dit nu schrijf, de jongste was namelijk 88 jaar oud. Een ander probleem is de bereikbaarheid. Om een oude strijder te ontmoeten, moest ik namelijk naar een afgelegen berggebied in Ceuta (aan de Spaans--Marokkaanse grens). Bergen klimmend en afdalend ben ik per ongeluk een verboden security-zone binnengelopen. Was het verhaal van deze strijder, nu een lieve, opa de moeite waard? Het antwoord zonder twijfel is: ja.


Zelfs het traditionele, rustige archiefonderzoek was niet zonder merkwaardige momenten. Waar de bureaucratie het mij moeilijk maakte om toegang te krijgen tot bepaalde documenten, zorgden sympathiserend personeel ervoor dat ik die documenten wel kreeg. Dit ging gepaard met afleidingsmanoeuvres en tactische bewegingen om camera's te omzeilen. En dat in ruil voor niets! Niet eens een etentje. Deze mensen ben ik erg dankbaar. Wie zei dat het bedrijven van geschiedenis een saaie bezigheid zou zijn?

Ik weet niet hoeveel van mijn mede UAF-alumni het avontuur van een carrière in het wetenschappelijke onderzoek willen volgen en hoeveel van diegenen die het willen, de kans zullen krijgen. Maar tegen degenen die een beslissing in deze richting hebben genomen zeg ik: je krijgt hier vast geen spijt van. Het is nuttig en leuk.