'Hier kan ik weer dromen'



Heba Alibrahim (20) heeft al jaren een grote wens: KNO-arts worden. Ze is hard op weg nu ze aan de VASVU, een vooropleiding tot de universiteit, studeert. ‘Mijn droom is om Syrië net zo mooi te maken als Nederland.’


Als klein meisje wist Heba Alibrahim al wat ze wilde worden: ‘Hetzelfde als mijn vader: KNO-arts. Ik kon me geen leuker iets bedenken dan in mijn vaders praktijk meekijken naar hoe hij mensen behandelde. Mijn vader kreeg zijn patiënten altijd weer aan het lachen. Dat wilde ik ook.' Het leven was goed voor Heba in Syrië: ‘We woonden in een mooi huis, ik had een eigen kamer, had een lieve familie, ik had goed te eten, ik zat op een goeie school, haalde hoge cijfers; het was een perfect leven.’ 

Ziekenhuis
Alles wordt anders als de oorlog uitbreekt. Als IS op het punt staat haar dorp binnen te vallen, ziet de familie Alibrahim zich gedwongen een ander onderkomen te zoeken. Het wordt één van de twee ziekenhuizen die haar vader heeft opgericht, in een stad een aantal kilometer verderop. 

Zeven maanden lang wonen Heba, haar ouders en haar vijf jongere broertjes en zusjes in het ziekenhuis. ‘Ik hielp mijn vader en maakte schoon. Ik boende het bloed van de vloer en probeerde mensen te troosten. Alle patiënten lagen op de grond, iedereen huilde, iedereen schreeuwde.’ Het was een zware tijd, maar ook een die haar sterkt in haar wens om arts te worden: ‘Als ik om me heen keek, zag ik alleen maar verdriet en bloed en dood om me heen. We hadden veel te weinig artsen. En vrouwelijke artsen liepen er al helemaal niet rond. In Syrië is de medische wereld echt een mannenwereld. Onbegrijpelijk, want wij vrouwen zijn zo sterk.’ 

Veilige route
Dan wordt haar vader opgepakt. ’Mijn vader hielp iedereen als arts, ongeacht religie of politieke overtuiging, dus ook tegenstanders van het regime.’ Als hij na vier maanden onzekerheid opeens vrij komt, weet de familie dat ze Syrië zo snel mogelijk moeten verlaten. Heba komt samen met haar moeder en broertjes en zusjes in Jordanië terecht. Haar vader mag de grens niet over en blijft achter. 

De familie probeert zo goed als het gaat een bestaan op te bouwen in Jordanië, maar dat is lastig. Heba maakt haar eindexamenjaar af en wil verder studeren, maar kan de hoge kosten voor de universiteit niet betalen. Werken lukt niet: ze wordt overal geweerd. ‘Ik werd nergens aangenomen, omdat ik uit Syrië kwam.’
Haar vader onderneemt intussen verwoede pogingen om Europa te bereiken. ‘Als hij een veilige route voor ons had gevonden, konden wij hem volgen.’ 

Mager

Zeven keer doet Heba’s vader een poging om Europa te bereiken. Heba: ‘Ik weet nog dat mijn moeder mij het goede nieuws vertelde dat het hem gelukt was. We zaten in de auto en ik was zo blij dat ik het raam opende en heel hard naar buiten schreeuwde. Ik had zoveel gevoelens tegelijk: ik was zo blij, ik hoefde niet te blijven in Jordanië, ik had kans op een nieuw leven, eindelijk.’

Op Schiphol ziet ze haar vader na drie jaar afwezigheid weer terug. ‘Het was heel mooi, maar ook moeilijk. Hij was mager geworden. “Ik heb je moeders eten gemist”, was het eerste dat hij zei.’ In Nederland begint haar leven opnieuw: ‘Ik had altijd de droom dat ik in Damascus ging studeren, maar de oorlog heeft alles verwoest. Hier kan ik weer dromen, kan ik weer nieuwe dingen leren. Hier zijn meer mogelijkheden voor ons en meer rechtvaardigheid. Hier zijn we veilig.’

Zelfvertrouwen
Vrijwel meteen na haar aankomst, begint Heba met het aanschrijven en bezoeken van universiteiten. Ze laat zich daarbij niet ontmoedigen door haar omgeving: ‘Veel mensen zeiden me dat de taal leren heel moeilijk zou zijn en dat het allemaal heel lang zou duren. Maar ik was jong en vol energie en zocht door tot ik een taalinstituut vond waar ik binnen een jaar B2-niveau kon halen.’

Het is het UAF dat haar wijst op de snellere route naar de universiteit: ‘Ik wilde eerst een hbo-opleiding gaan doen, maar mijn studentenbegeleider wees mij op een snellere route: de VASVU, een vooropleiding tot de universiteit. “Je bent slim en je hebt hoop, dan is dit een goede route voor jou”, zei ze. Dat gaf me zoveel zelfvertrouwen. Zonder deze morele steun en de financiële ondersteuning was het nooit zo snel gegaan.’

Opbouwen
Ze denkt nog regelmatig terug aan haar thuisland: ‘Sommige mensen denken dat ik alles vergeten ben omdat ik altijd zo vrolijk ben, maar ik vergeet nooit wat ik heb meegemaakt. Syrië zit in mijn hart en mijn verdriet ook. Tegelijkertijd vind ik dat we door moeten. Het is het zesde jaar van de oorlog. We kunnen wel blijven wanhopen, maar uiteindelijk moeten we ook verdergaan met leven.’

Later, als de oorlog eindelijk is afgelopen, wil ze terug: ‘Mijn droom is om Syrië net zo mooi te maken als Nederland. Ik wil mijn kapot geschoten vaders ziekenhuizen weer opbouwen en als Syrische, vrouwelijke KNO-arts aan het werk.’ Ze blijft optimistisch: ‘Als je kijkt naar de geschiedenis zijn er zoveel landen die helemaal in puin lagen en die er toch weer bovenop zijn gekomen. Die hoop heb ik voor Syrië ook. Wij kunnen en we zullen Syrië weer opbouwen.’