10/03/2010 Gevluchte artsen stranden op nieuwe selectie
13/02/2010 Veel verschil tussen gemeenten bij vluchtelingen
04/02/2010 Nationale Postcode Loterij verhoogt bijdrage aan UAF
03/02/2010 UAF en Heerlen helpen vluchtelingen in unieke samenwerking
26/01/2010 Meer inzet goede doelen voor allochtoon personeel nodig
16/12/2009 Lubbers wil Europese aanpak voor vergeten vluchteling
10/10/2009 Lubbers wil onderwijs en werk voor asielzoekers
08/10/2009 220 Vluchtelingen afgestudeerd met hulp van UAF
30/09/2009 UAF vreest voor arbeidsmarkt vluchtelingen
13/09/2009 Theo Olof schenkt Radio 4 prijsgeld aan UAF
18/06/2009 Launch project Scholars at Risk
03/06/2009 Volunteer Academy
Archief
Voor meer informatie, interviews en het opvragen van beeldmateriaal kunt u contact opnemen met persvoorlichter Marijn van der Pas, telefoon: 06-26138968, e-mail: m.vanderpas@uaf.nl
Gevluchte artsen stranden op nieuwe selectie
Tot enkele jaren geleden vond 96 procent van de vluchtelingen die zich in Nederland had bijgeschoold tot basisarts een baan als arts of specialist. Dit blijkt uit onderzoek van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF waarover deze week wordt gepubliceerd in het artenblad Medisch Contact. Een nieuwe toelatingsprocedure blijkt echter een onneembare horde voor gevluchte medici die in Nederland hun vak willen uitoefenen.
In de oude toelatingsprocedure mochten gevluchte artsen ook met een gevorderd niveau van het Nederlands starten met de opleiding tot basisarts. "Ondanks moeilijke omstandigheden hebben vrijwel alle gevluchte artsen een succesvolle loopbaan en is hun bijdrage aan de Nederlandse samenleving groot", zo schrijven UAF-medewerkers Veltman en Both in het artikel in Medisch Contact.
De nieuwe procedure, die in december 2005 door het ministerie van Volksgezondheid (VWS) werd ingevoerd, eist dat artsen van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) een hoger niveau Nederlands beheersen alvorens zij aan hun bijscholing tot basisarts kunnen starten. De overheid biedt echter geen cursussen aan om dit hoge niveau te bereiken. Hierdoor staat de succesvolle integratie van deze groep vluchtelingen ernstig onder druk.
"Nederland stevent af op een enorm tekort aan artsen. Dat maakt de huidige verspilling van artsen die hun land hebben moeten ontvluchten extra bitter. Wij pleiten voor een voorbereidingsjaar met taallessen en communicatiecursussen voor gevluchte artsen zodat zij aan de eisen van de overheid kunnen voldoen", zegt directeur Kees Bleichrodt van het UAF.
Het UAF helpt gevluchte artsen bij het behalen van hun Nederlandse basisartsdiploma en een registratie op grond van de wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG). Van 1997-2007 hebben op deze manier meer dan 400 vluchtelingen een BIG-registratie behaald.
Uit het rapport 'Gevluchte artsen verrijken de Nederlandse Gezondheidszorg' van het UAF blijkt dat meer dan negen op de tien van hen aan de slag is als arts of specialist. Het overgrote merendeel van hen spreekt zelfs van "de ideale baan." Deze artsen dragen bij aan het verminderen van het tekort aan medici en sluiten aan bij de veranderende patientenpopulatie.
"Het gaat om de goedkoopste artsen die Nederland kan opleiden", aldus Bleichrodt. Omdat gevluchte artsen al in hun land van herkomst hebben gestudeerd, behalen zij na gemiddeld drie jaar studie hun diploma tot basisarts. Daarmee doorlopen zij hun Nederlandse artsenopleiding meer dan twee keer zo snel als Nederlandse studenten.
Sinds december 2005 zijn slechts twee gevluchte artsen door de nieuwe toelatingsprocedure gekomen. Tot nu toe heeft slechts één van hen het diploma tot basisarts behaald.
Vluchtelingen die onder het generaal pardon vielen zijn in de ene gemeente veel beter af dan in de andere. Dat blijkt uit een onderzoek van dagblad Trouw onder de 36 grootste steden van Nederland.
Uit het onderzoek komt naar voren dat sommige steden talentvolle vluchtelingen de mogelijkheid bieden om met behoud van hun bijstandsuitkering een Nederlands diploma te halen. Andere gemeenten zetten hen direct aan het werk in laaggeschoolde banen.
“In de opzet van de Wet werk en bijstand is het de bedoeling dat gemeenten van elkaar leren hoe zij mensen het beste aan de slag kunnen helpen. Toch ontbreekt vaak kennis over de specifieke situatie van vluchtelingen, omdat zij in veel gemeenten een beperkte groep vormen,” zegt directeur Kees Bleichrodt van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF.
“Te veel gemeenten kiezen er bijvoorbeeld voor om vluchtelingen die in hun land van herkomst gestudeerd hebben, in laaggeschoolde banen aan het werk te zetten. Hun talent gaat daarbij verloren, en velen vallen na een tijd gedemotiveerd uit. Wij zijn constant bezig om dit aan gemeenten uit te leggen. We zien graag dat de overheid dit specifieke punt in kaart brengt zodat, ook met het oog op de kenniseconomie, nieuw beleid ontwikkeld kan worden,” aldus Bleichrodt.
“Zeker nu de economie tegen zit moeten gemeenten investeren in de toekomst, en dus in de opleiding van talentvolle burgers. Het kan niet zo zijn dat vluchtelingen verhuizen naar een andere gemeente omdat zij daar wel met behoud van een uitkering een opleiding kunnen afmaken”, stelt de UAF-directeur.
Nationale Postcode Loterij verhoogt bijdrage aan UAF
De Nationale Postcode Loterij verhoogt de bijdrage aan de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF. Al jaren steunt de Nationale Postcode Loterij het UAF met een jaarlijkse bijdrage van 500.000 euro. Met ingang van dit jaar zal de bijdrage worden verdubbeld naar 1 miljoen euro. Het UAF, en de vluchtelingen die de stichting ondersteunt, zijn bijzonder verheugd met de structurele verhoging.
“Dit biedt ons de mogelijkheid daadkrachtig te starten met het wegwerken van de wachtlijst van talentvolle vluchtelingstudenten die door de overheid financieel niet gesteund worden. Het geeft deze mensen een geweldig nieuw perspectief”, aldus directeur Kees Bleichrodt van het UAF. Nationale Postcode Loterij maakte de hogere bijdrage bekend op het jaarlijkse Goed Geld Gala van de loterij.
Naast de verhoging van de bijdrage gaat de Nationale Postcode Loterij ook geld toekennen aan een gezamenlijk project van het UAF met VluchtelingenWerk Nederland en de Stichting ter bevordering van de Vrolijkheid. De drie organisaties willen door het UAF begeleide, gevluchte kunstenaars beter toerusten om als kunstenaar in Nederland maatschappelijk ondernemer te worden.
De Nationale Postcode Loterij is de grootste goede doelenloterij van Nederland. Een groot deel van de jaarlijkse opbrengst van de lotenverkoop wordt verdeeld over 75 goede doelen op het gebied van mensenrechten, ontwikkelingssamenwerking en natuur & milieu.
Sinds 2002 ontvangt het UAF jaarlijks een bijdrage van de Loterij. Onderwijs is volgens de Nationale Postcode Loterij de sleutel tot succesvolle inburgering en het UAF past daarmee uitstekend in de doelstelling van de Nationale Postcode Loterij: Werken aan een Betere Wereld.
De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF gaat vluchtelingen in de gemeente Heerlen aan studie en werk helpen. De Limburgse stad sluit daarvoor een convenant met het UAF. Het is de eerste keer dat een stad de hulp van een stichting inschakelt om vluchtelingen aan een studie of baan te helpen.
De samenwerking tussen het UAF en Heerlen snijdt aan twee kanten. Met het convenant wil de gemeente het hoofd bieden aan het tekort aan hoger opgeleide werknemers in de stad. Heerlen verwacht dat het tekort door de vergrijzing en de krimp van de bevolking alleen maar zal toenemen.
Aan de andere kant noemt het UAF het winst dat Heerlen uitspreekt dat ook vluchtelingen op een zo hoog mogelijk niveau aan de slag moeten. “Te veel Nederlandse gemeenten zetten vluchtelingen zo snel mogelijk aan het werk in laaggeschoolde banen. Daarbij wordt hun talent verspild”, zegt directeur Kees Bleichrodt van het UAF.
“Met Heerlen vinden wij dat vluchtelingen de kans moeten krijgen om goed Nederlands te leren en hun studie af te maken. Op die manier kunnen zij optimaal bijdragen aan de samenleving”, aldus Bleichrodt. Hij prijst de voortrekkersrol van de gemeente.
In eerste instantie zullen door het convenant 15 vluchtelingen in Heerlen aan een scholings- en werktraject beginnen. Zij krijgen daarin begeleiding door het UAF. Heerlen stelt een plafond van 126.000 euro aan doelsubsidie vast, waarmee in totaal 42 vluchtelingen geholpen kunnen worden.
Met de subsidie kan het UAF meer maatwerk en begeleiding bieden. Daarnaast kunnen de vluchtelingen uit Heerlen rekenen op de reguliere financiële hulp van de vluchtelingenorganisatie. In de regel betekent dit dat het UAF alle studiekosten betaalt.
Goede doelen moeten zich meer op werknemers met een migratie achtergrond gaan richten. Dat stelt de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF op basis van een onafhankelijk onderzoek onder 40 goede doelen uitgevoerd door Ewa Szepietowska (MSc) onder leiding van professor Halleh Ghorashi van de Vrije Universiteit Amsterdam. De meeste organisaties onderkennen de toegevoegde waarde van personeel met een migratieachtergrond. Vaak ontbreekt het echter aan beleid om allochtonen binnen te halen en binnen te houden. Van de 40 organisaties hebben er 10 formeel een diversiteitsbeleid. Het is voor het eerst dat de diversiteit onder Nederlandse ideele organisaties in kaart is gebracht.
Over het algemeen onderkennen goede doelen de waarde van diversiteit, zo blijkt uit het rapport ‘Diversiteit is meer dan kleur in organisatie’. Van de onderzochte stichtingen en verenigingen geeft 15 procent aan dat diversiteit een zeer belangrijke rol binnen de organisatie speelt. Van de goede doelen noemt 37,5 procent het onderwerp belangrijk en 27,5 procent stelt dat diversiteit een beetje belangrijk is. Opvallend is dat 17,5 procent van de onderzochte organisaties diversiteit helemaal niet als belangrijk ziet.
Organisaties in de sector welzijn en cultuur en in de internationale hulp blijken veel meer belang aan een gemengd personeelsbestand te hechten dan gezondheidsorganisaties en organisaties in de sector natuur en milieu. Zo zegt de helft van de organisaties in de laatstgenoemde sector dat diversiteit niet van belang is voor ze. Mede door het ontbreken van concreet beleid heeft 10 procent van de onderzochte goede doelen geen allochtonen in dienst. Bij het grootste deel van de organisaties, namelijk bij 37,5 procent, is minder dan 5 procent van het personeel van buitenlandse komaf. Het gaat daarbij om westerse en niet-westerse allochtonen.
Voor 30 procent van de ideele organisaties is het percentage allochtonen onder het personeel tussen de 5 en 15 procent. Verder heeft 20 procent tussen de 15 en 30 procent allochtonen in dienst. Opvallend is dat in 80 procent van de organisaties in de sector gezondheid geen mensen van buitenlandse komaf werken. Verder blijken allochtone werknemers vaak op de lagere niveaus in de organisatie te werken. Zo heeft bijna 60 procent van de onderzochte goede doelen geen leidinggevenden van buitenlandse afkomst in dienst. Verder heeft 80 procent een geheel autochtone directie.
Als reden voor het lage aandeel allochtonen in de organisatie geeft 20 procent van de goede doelen aan dat er te weinig goed gekwalificeerde allochtonen zijn. Nog eens 30 procent van de onderzochte organisaties deelt dat oordeel enigszins. Volgens directeur Kees Bleichrodt van het UAF kent Nederland echter genoeg allochtoon talent, onder wie veel voormalige vluchtelingen.
De stichting treedt met de VFI brancheorganisatie van goede doelen in overleg om het thema van diversiteit nadrukkelijker op de agenda te zetten om zo meer mensen met een migratieachtergrond bij ideele organisaties te laten instromen. De onderzoeksresultaten zijn tijdens een door de VFI georganiseerde bijeenkomst over diversiteit gepresenteerd.
Hier vind u een link naar een samenvatting van het rapport
Lubbers wil Europese aanpak voor vergeten vluchteling
Een meerderheid van de Europese lidstaten werkt op dit moment niet mee aan de hervestiging van vluchtelingen. Het gaat om mensen die na hun vlucht binnen de eigen regio in levensgevaar blijven en om vergeten vluchtelingen die jaren uitzichtloos in grote opvangkampen doorbrengen. "Europa heeft de plicht mee te helpen deze vluchtelingen perspectief te bieden", zegt Ruud Lubbers, voorzitter van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF.
Het afgelopen jaar hebben de Verenigde Staten, Australië en Canada samen bijna 70.000 van deze vluchtelingen via hervestiging uitzicht geboden op een nieuw bestaan. De Europese lidstaten boden vorig jaar aan slechts 5.000 vluchtelingen hervestiging. Bovendien werken binnen de Europese Unie maar 10 van de 27 lidstaten mee aan het hervestigingsprogramma van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.
UAF-voorzitter en oud-voorman van de UNHCR Ruud Lubbers pleit daarom voor een Europese aanpak voor uitgenodigde vluchtelingen. "Om werkelijk een bijdrage te leveren aan een evenwichtige opvang van vluchtelingen wereldwijd zouden de Europese landen samen moeten werken om deze vluchtelingen een plaats en toekomst te bieden". Op dit moment biedt Nederland 500 plekken voor de hervestiging van vergeten vluchtelingen in uitzichtloze situaties. De VN-vluchtelingenorganisatie heeft bij Westerse regeringen het afgelopen jaar voor een aantal van 121.000 om een plaats van hervestiging gevraagd.
Lubbers' oproep komt kort nadat de Europese Commissie vorige maand een voorstel lanceerde om de Europese inzet op dit punt te vergroten. Afgelopen weekeinde stelde staatssecretaris van Justitie Nebahat Albayrak nog dat zij ervan overtuigd is dat de Europese Unie tot een gemeenschappelijk asielbeleid zal besluiten. Zij wil mensen die echt zijn gevlucht voor gevaar, oorlog of conflict gerichter gaan beschermen.
Op dit moment is Zweden de Europese lidstaat die met ongeveer 1.900 vluchtelingen per jaar het grootste deel van de hervestigingplaatsen in Europa voor zijn rekening neemt. "Als alle landen in Europa dat voorbeeld volgen zou dat in theorie een capaciteit vormen van 100.000 uitgenodigde vluchtelingen in de gehele Europese Unie op jaarbasis", aldus Lubbers.
"Als de EU-regeringen een beleid uitzetten om hieraan krachtig samen te werken, dan zou Europa in 2015 op jaarbasis tenminste 50.000 vluchtelingen op kunnen nemen. Een effectief hervestigingbeleid kán de druk op de Europese Unie doen afnemen van mensen die op eigen gelegenheid in Europa asiel proberen te vinden. De hervestiging van vluchtelingen kan de beoordelingen van individuele asielaanvragen die in de lidstaten worden gedaan echter nooit overbodig maken ", aldus de UAF-voorzitter.
Lubbers wil dat uitgenodigde vluchtelingen meteen na aankomst in Nederland de Nederlandse taal gaan leren zodat zij snel volledig kunnen participeren in de samenleving. Zij zouden daarvoor een persoonsgebonden budget uit de inburgeringsgelden moeten krijgen. Op die manier kunnen zij al in het asielzoekerscentrum (AZC) op cursus. Op dit moment mogen deze vluchtelingen pas lessen gaan volgen nadat zij een definitieve woning krijgen toegewezen, wat veelal een vertraging van een half jaar betekent.
Ruud Lubbers deed zijn uitspraken op 16 december tijdens een expertmeeting in Den Haag georganiseerd door het UAF, VluchtelingenWerk Nederland en UNHCR, waar gesproken is over nieuwe initiatieven op het gebied van de hervestiging van vluchtelingen in Europa en Noord-Amerika.
Lubbers wil onderwijs en werk voor asielzoekers
Nederland moet ervoor zorgen dat asielzoekers tijdens de asielprocedure zo min mogelijk kennis en ervaring verliezen. Asielzoekers moeten daarom binnen zes maanden na hun asielaanvraag recht krijgen op werk en volledige deelname aan het Nederlandse onderwijs.” Dit stelt Ruud Lubbers, voorzitter van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, ter gelegenheid van het jaarlijkse afstudeerfeest van de stichting.
In de wet staat dat de overheid binnen zes maanden na de asielaanvraag een beslissing moet nemen over de verblijfsstatus van een asielzoeker. In de praktijk wordt deze termijn regelmatig overschreden. Om asielzoekers daar niet de dupe van te laten worden, en om hen zo snel mogelijk in te zetten voor de samenleving, moeten zij na deze termijn van zes maanden het recht krijgen op maatschappelijke participatie, aldus Lubbers.
De UAF-voorzitter wil verder dat de asielprocedure maximaal drie jaar gaat duren. Op die manier wordt verkomen dat de kennis en ervaring van asielzoekers te ver wegzakt. Als de overheid drie jaar na indiening van de asielaanvraag nog steeds geen definitieve beslissing heeft genomen, dan moet de asielzoeker een verblijfsvergunning krijgen, stelt Lubbers.
Volgens hem is het een bijkomend voordeel dat de toch al overbelaste Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) daarbij wordt ontlast. Volgende week spreekt de Tweede Kamer over voorstellen van het kabinet om de asielprocedure te wijzigen. De wetswijziging moet asielzoekers sneller duidelijkheid geven over de uitslag van de asielprocedure.
“Versnelling van de asielprocedure is toe te juichen, mits het zorgvuldig gebeurt”, aldus Lubbers. Volgens hem wordt de zorgvuldigheid vergroot door de huidige 48-uurs procedure af te schaffen. Die procedure is te kort. In het nieuwe voorstel van het kabinet wordt dit verlengd naar acht dagen. “Dit zal ongetwijfeld leiden tot een afname van het aantal herhaalde asielaanvragen omdat mensen in de versnelde procedure onvoldoende de gelegenheid hadden hun asielmotieven volledig uiteen te zetten”, stelt de UAF-voorzitter.
Het stellen van strikte termijnen is nodig en wenselijk. “Maar de voorstellen zeggen niets over de consequentie die getrokken wordt als de overheid de termijnen niet haalt”, aldus Lubbers. Feitelijk zou er een maximum moeten worden gesteld aan de duur van de asielprocedure. “Is na drie jaar wikken en wegen nog geen onherroepelijk besluit over de procedure genomen, dan zou dit ten voordele van de asielzoeker moeten uitvallen”, zegt hij.
“De staatssecretaris van Justitie zou zo’n maximumtermijn van drie jaar eenvoudig moeten kunnen toezeggen als zij overtuigd is van haar eigen voorstellen. Die beogen namelijk een daadwerkelijke versnelling van de afhandelingtermijn”, stelt de UAF-voorzitter. “Het is goed dat de asielprocedure een verplichtend karakter heeft, maar dit moet naar twee kanten gelden”. Naast het recht op werk en volledige onderwijsdeelname betekent dit ook dat asielzoekers drie maanden na de asielaanvraag moeten kunnen beginnen met het leren van de Nederlandse taal.
Tijdens het afstudeerfeest maakt het UAF verder bekend dat het afgelopen studiejaar 220 vluchtelingen zijn afgestudeerd met hulp van de stichting. Onder hen zitten veel artsen, verpleegkundigen en technici, beroepen waar de Nederlandse maatschappij veel behoefte aan heeft. In het studiejaar 2008-2009 behaalde 24 procent van de afgestudeerde UAF-cliënten een diploma of bul in de techniek. Verder studeerde 20 procent van de UAF’ers af in de zorg.
220 Vluchtelingen afgestudeerd met hulp van UAF
Het afgelopen studiejaar zijn 220 vluchtelingen afgestudeerd met hulp van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF. Onder hen zitten veel artsen, verpleegkundigen en technici, beroepen waar de Nederlandse maatschappij veel behoefte aan heeft. In het studiejaar 2008-2009 behaalde 24 procent van de afgestudeerde UAF-cliënten een diploma of bul in de techniek. Verder studeerde 20 procent van de UAF’ers af in de zorg.
Van de afgestudeerde UAF-cliënten hebben meer dan 110 mensen een HBO-opleiding gevolgd. Verder hebben 50 vluchteling-studenten van het UAF een universitaire studie afgerond en nog eens 50 cliënten hebben een MBO-diploma op het niveau 3 of 4 behaald. Van de afgestudeerde vluchtelingen zijn er 40 afkomstig uit Iran. Verder komen 21 afgestudeerden uit Irak en 19 uit Afghanistan. Andere herkomstlanden met veel UAF’ers zijn Azerbeidjaan (13), Burundi (12), Armenië (10), Soedan (10) en Rusland (8).
In het studiejaar 2007-2008 studeerden nog 247 vluchtelingen af via het UAF. De afname van het aantal afstudeerders ligt aan de sterke daling van het aantal asielzoekers na het jaar 2001. Vroegen in dat jaar nog 32.600 mensen asiel in Nederland aan, in 2002, 2003 en 2004 slonk dit aantal naar respectievelijk 18.700, 13.400 en 9.800 asielzoekers.
Sinds de oprichting van het UAF in 1948 zijn met steun van het UAF bijna 4.000 vluchteling-studenten afgestudeerd
Op zaterdag 10 oktober houdt het UAF het jaarlijkse afstudeerfeest om de afstudeerders te feliciteren. Dit grootste afstudeerfeest van Nederland vindt plaats in de Haagse Hogeschool, gelegen vlak achter het treinstation Den Haag Hollands Spoor. Op het feest zal UAF-voorzitter Ruud Lubbers een toespraak houden.
UAF vreest voor arbeidsmarkt vluchtelingen
De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF heeft het afgelopen studiejaar ongeveer evenveel afgestudeerde vluchtelingen aan een baan kunnen helpen als een jaar geleden. Dit is opmerkelijk gelet op de sterk verslechterde arbeidsmarkt de afgelopen 12 maanden. Voor het komende jaar vreest het UAF echter voor de positie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt, zegt directeur Kees Bleichrodt.
“De laatste maanden merken we dat het steeds moeilijker wordt om vluchtelingen aan de slag te helpen. We moeten samen met de afgestudeerden steeds langer zoeken naar een baan”, aldus Bleichrodt.
In het studiejaar 2008-2009 heeft het UAF 314 afgestudeerde vluchtelingen naar werk begeleid, waaronder bij diverse ministeries, Achmea, de Nederlandse Spoorwegen (NS) en De Nederlandsche Bank. In 2007-2008 waren dat er nog 330. Dat het aantal duurzame plaatsingen het afgelopen studiejaar nog enigszins op peil bleef, is te danken aan de sectoren waar veel vluchteling-studenten in afstuderen.
Zo behaalde het afgelopen studiejaar 24 procent van de afgestudeerde cliënten een diploma in de techniek. 20 Procent studeerde af in de zorg. In deze sectoren is de vraag naar arbeidskrachten ondanks de economische crisis relatief hoog gebleven. Omdat het economisch herstel in Nederland nauwelijks van de grond komt, kunnen ook deze sectoren onder druk komen te staan. Daarmee lijken vluchtelingen alsnog het kind van de rekening te worden.
Op dit moment lijken cliënten van het UAF daarom vaker voor een aanvullende studie te kiezen, onder het motto: Opscholen gaat voor instromen. Een aanvullende studie is niet alleen in het belang van de vluchteling-studenten, maar ook in het belang van de kenniseconomie. Zodra de economie weer op gang komt, zal de vraag naar met name hoger opgeleiden weer sterk toenemen.
Zonder aanvullende studies vreest Bleichrodt dat afgestudeerde vluchtelingen de groep allochtone Nederlanders achterna zullen gaan. Begin deze maand stelde het instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum nog dat het percentage werklozen onder niet-westerse allochtonen in het tweede kwartaal naar 11 procent was gegroeid, tegenover een gemiddelde werkloosheid in Nederland van 4,8 procent.
In deze economisch zwakke tijden blijken werkgevers wel sterk in te zetten op stageplekken. In 2008-2009 vonden 150 vluchteling-studenten via het UAF een stageplaats of een plek als vrijwilliger. Het jaar daarvoor waren dat er 110. De Tweede Kamer houdt woensdag 30 september een hoorzitting over de arbeidsmarkt en scholing.
Theo Olof schenkt Radio 4 prijsgeld aan UAF
Violist en voormalig vluchteling Theo Olof doneert het geldbedrag verbonden aan de Radio 4 Prijs aan de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF. Zondag ontving Olof deze prijs uit handen van minister Ronald Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Radio 4 kent de award toe aan musici die klassieke muziek onder een breder publiek promoten. Aan de prijs is een geldbedrag van 5000 euro verbonden. De winnaar mag deze som schenken aan een goed doel naar keuze. Olof kiest voor het UAF om talentvolle vluchtelingen in Nederland de kans te geven zich hier verder te ontwikkelen.
Directeur Kees Bleichrodt van het UAF: ,,Dit is een erkenning voor onze hulp aan asielzoekers en vluchtelingen. Onder de ruim 2.500 studenten die het UAF steunt bevinden zich enkele honderden toekomstig kunstenaars. Veel vluchtelingen leveren een waardevolle bijdrage aan onze economie en een groot deel draagt bij aan de cultuur van onze samenleving’’. Onder andere schrijver Kader Abdollah en Oscargenomineerde Hanny Abu Assad heben met steun van het UAF kunnen studeren.
Theo Olof werd in 1924 in de Duitse hoofdstad Bonn geboren. Op 9-jarige leeftijd vluchtte hij naar Nederland om het naziregime te ontwijken. Twee jaar later gaf Olof zijn eerste concert in het Concertgebouw, de plaats waar hij zondag de Radio 4 Prijs ontving. Later groeide hij uit tot een van de meest gewaardeerde violisten van de wereld.
De Bengaalse schrijfster Taslima Nasrin is één van de vervolgde wetenschappers die vandaag met prominenten als Ruud Lubbers en Robbert Dijkgraaf de lancering van een nieuw initiatief bijwoont, gericht op het ondersteunen van vervolgde wetenschappers. De samenwerking tussen de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF en de Nederlandse universiteiten is gebaseerd op de activiteiten van Scholars at Risk (SAR), een internationaal netwerk van ruim 200 universiteiten en wetenschappelijke instituten in 26 landen.
Sinds haar oprichting heeft SAR ruim 200 tijdelijke aanstellingen voor vervolgde wetenschappers gecreëerd. Onder hen Taslima Nasrin, arts en schrijfster, die opkomt voor de rechten van vrouwen. Haar kritiek op Mohammed, de Koran en de Islam leidde tot massale demonstraties van fundamentalistische moslims. Ze leefde in ballingschap in India en kreeg in 2008 met behulp van SAR de Vivian G. Prins Global Scholarship toegekend, waarmee zij dit jaar aan de universiteit van New York is verbonden. Taslima Nasrin is inmiddels een symbool geworden voor vrijheid van meningsuiting, voor academische vrijheid en voor humaniteit. Taslima Nasrin: ‘Ik droom van een prachtige wereld, waar vrouwen niet onderdrukt worden’.
Op verzoek van SAR heeft het UAF het initiatief nu ook in Nederland geïntroduceerd. Inmiddels hebben 11 Nederlandse universiteiten hun intentie uitgesproken voor deelname aan het project. Samen met het UAF zullen zij de komende drie jaar meer aandacht vragen voor de problematiek van bedreigde en gevluchte wetenschappers. Jaarlijks zullen 10 vervolgde wetenschappers op één van de deelnemende universiteiten geplaatst worden. Sebastiaan Kortmann, rector magnificus van de Radboud universiteit: ‘Scholars at Risk is een verrijking voor onze universiteiten. Ze leren ons waakzaam te zijn en zorgvuldig om te gaan met het hoogste goed wat we hebben, onze academische vrijheid’.
Ruud Lubbers, voorzitter van het UAF: ‘Academische vrijheid is cruciaal voor economische, sociale en culturele ontwikkeling. Door deel te nemen aan het UAF Scholars at Risk project tonen universiteiten hun solidariteit met collega’s in nood en dragen zij bij aan het bevorderen van academische vrijheid, democratie en respect voor de mensenrechten’.
Hoger opgeleide vluchtelingen worden bestuurslid bij een vrijwilligersorganisatie
De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF en de Vrijwilligerscentrale Utrecht zetten hun expertise in om in Utrecht vluchtelingen te laten participeren in de samenleving en om het vrijwilligerswerk kleurrijker te maken. Dit unieke initiatief van de gemeente Utrecht boekt na een jaar intensief samenwerken goede resultaten! Op 3 juni jl. heeft in het Zaadhuis van het Universiteitsmuseum een inhoudelijke en feestelijke ontmoeting met alle betrokkenen plaatsgevonden, waarbij tevens het beeldmerk van de Volunteer Academy is onthuld.
Mevrouw Guity Mohebbi, auteur van ’Allochtonia- Autochtonia/ twee werelden apart’ en o.a. oud-bestuurslid van Vluchtelingwerk Nederland, en de heer Floris de Gelder, wethouder Economie en Cultuur in Utrecht, onthullen samen het beeldmerk van de Volunteer Academy
Het project Volunteer Academy is als pilot in 2008 gestart met als doel de in Utrecht woonachtige hoger opgeleide vluchtelingen te koppelen aan de besturen van Utrechtse vrijwilligersorganisaties. Een unieke link, waarbij sprake is van een win-winsituatie.
De Volunteer Academy bestaat nu een jaar en heeft verschillende methodieken en instrumenten ingezet om de pilot tot een succes te maken: gezamenlijke bijeenkomsten voor beide doelgroepen, voorlichtingsavonden voor vluchtelingen, trainingen Kleurrijk Besturen voor vluchtelingen en voor besturen, stages voor vluchtelingen, individuele begeleiding, matching en informele thema-avonden voor al geplaatste vluchtelingen. Deze inzet heeft ertoe geleid dat vluchtelingen bestuurslid zijn geworden in onder andere het bestuur van de Vrijwilligerscentrale, het bestuur van Groen Links en het bestuur van VluchtelingenWerk Midden-Nederland.
Er blijkt in Utrecht een groot tekort te zijn aan goede bestuursleden bij vrijwilligersorganisaties. Bij de Vrijwilligerscentrale zijn ruim 70 vacatures bekend. Daarbij valt op dat het overgrote deel van de besturen geen cultureel diverse samenstelling heeft en daarmee onvoldoende een afspiegeling is van de kleurrijke samenleving.
Vluchtelingen hebben vaak in hun land van herkomst gestudeerd en velen hebben via het UAF in Nederland een studie gevolgd en werk gevonden in hun vakgebied. Ze zijn vaak zeer gedreven om hun toekomst in Nederland succesvol vorm te geven en actief te participeren in de samenleving. Ze zijn echter niet of nauwelijks bekend met het vrijwilligerswerk., zoals dit is Nederland is georganiseerd. In Utrecht wonen honderden hoger opgeleide vluchtelingen afkomstig uit landen als Iran, Irak, Soedan, Afghanistan en Bosnië.
Vluchtelingen doen –volgens hun eigen zeggen- mee aan dit project om een stapje verder te komen in de maatschappij, om zoveel mogelijk te leren, om boven zichzelf uit te stijgen, om een bijdrage te leveren aan de maatschappij, om mensenkennis op te doen, om een netwerk op te bouwen en voor hun persoonlijke ontwikkeling.
Op 22 juni 2009 start officieel het tweede jaar van de Volunteer Academy. Dan worden door nieuwe besturen en hoog opgeleide vluchtelingen in contact met elkaar gebracht. Ook kunnen vluchtelingen zich weer aanmelden voor de training Kleurrijk Besturen. In de loop van het tweede jaar gaat de Stichting voor Vluchteling Studenten UAF ook in andere plaatsen in Nederland dit bijzondere project verder vormgeven.
Wies Kalsbeek, Bureau Uit de Verf
Projectleider Volunteer Academy