English

De Battle for Brains

Nederland vergrijst en ontgroent. De verwachting is dat deze ontwikkeling, bij ongewijzigd beleid, over een aantal jaren zal leiden tot een tekort aan arbeidskrachten. De economische gevolgen van de vergrijzing zijn aanzienlijk en bepalen voor een belangrijk deel de maatschappelijke en politieke discussie. Toelating van kennismigranten en het voeren van een ruimhartig asielbeleid kunnen helpen het tekort aan werknemers op te lossen.

 

Van de huidige inwoners van Nederland is op dit moment 20% ouder dan 60 jaar. In 2030 zal dat aantal opgelopen zijn tot 35%. Nu zijn er drie werkenden op elke 60-plusser, in 2018 zullen dat er nog maar twee zijn. Door de naoorlogse babyboom zal het aantal gepensioneerden in de periode 2015-2035 versneld stijgen. De verhouding tussen werkenden en niet-werkenden zal verder verschuiven. 

 

Deze vergrijzing loopt parallel aan de ontgroening. Evenals in een reeks andere landen ligt het Nederlandse geboortecijfer lager dan de 2,1 kind per vrouw. De bevolking krimpt dus als er in het geheel geen immigratie zou zijn.

 

Deze veranderende verhoudingen in Europa en met name ook in Nederland nodigen uit op een andere manier naar immigratie te kijken. De demografische ontwikkelingen zullen van grote invloed zijn op de economische ontwikkeling. Dat noopt onder meer tot een wezenlijke herziening van ons immigratiebeleid met het oog op het ontwikkelingsperspectief van Nederland als kenniseconomie. Nederland zal in de wereldwijde “Battle for Brains” een belangrijke rol moeten spelen. Een ruimer toelatingsbeleid voor migranten en meer in het bijzonder voor vluchtelingen is daarvoor essentieel. Onorthodox beleid is nodig. In plaats van  “nee, tenzij” moet het roer om naar “ja, mits” als het gaat om de toelating van vreemdelingen. In dat beleid past het niet om bij beoordeling van asielverzoeken de hoofdoriëntatie te richten op uitzetting en verwijdering.

 

Het kabinet heeft met de regeling voor kennismigranten een eerste aanzet gegeven tot modernisering van het migratiebeleid. Het streven naar versterking van de internationale concurrentiepositie maakt dit noodzakelijk. Flexibiliteit is nodig omdat Nederland erbij gebaat is om bij de toelating van vreemdelingen hun bijdrage aan de samenleving zoveel mogelijk tot uitgangspunt te nemen. Een soepelere toelating vergroot ook de aantrekkingskracht van Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse investeerders.

 

Maar een uitnodigend migratiebeleid voor kenniswerkers verdraagt zich slecht met het verwaarlozen en het verloren laten gaan van het talent dat bij vluchtelingen aanwezig is. Een restrictief karakter en inefficiënte uitvoering kenmerken ons asielbeleid. Hierdoor gaat veel talent verloren. Voor een groot deel als gevolg van de trage asielprocedures. Deze lange procedures hebben tot gevolg dat de kennis van betrokkenen veroudert en dat ervaring verloren gaat. Dat komt omdat tijdens de asielprocedure volwaardige participatie niet mogelijk is. Na het generaal pardon zijn er opnieuw de eerste tekenen dat een stuwmeer ontstaat van mensen die drie jaar of langer wachten op hun verblijfsvergunning. Dit leidt tot het verloren gaan van kennis en ervaring van grote groepen vluchtelingen.

Na uiteindelijke toelating als vluchteling volgen vaak opnieuw aanzienlijke hindernissen die volwaardige participatie in de weg staan. Als voorbeeld geldt de groep van gevluchte artsen die als gevolg van gewijzigde regelgeving anders dan in het verleden grote moeite heeft in Nederland als arts erkend te worden. Het noodzakelijke vervolgonderwijs om in Nederland deze erkenning te krijgen is recent feitelijk ontoegankelijk geworden door het ontbreken van een adequaat instroomtraject. Ondanks een groeiend artsentekort worden tientallen gevluchte artsen per jaar uitgesloten om in de Nederlandse gezondheidszorg aan de slag te gaan. 

In het licht van de demografische verschuivingen en snel oplopende arbeidsmarkttekorten is een meer doelmatige benadering van het toelatingsbeleid noodzakelijk. Trage besluitvorming dient te worden voorkomen en mag vlotte participatie van asielzoekers niet in de weg staan. De asielprocedure moet dan ook worden aangepast. Zo zou het recht op taalonderwijs zo snel mogelijk moeten worden verleend, in ieder geval uiterlijk drie maanden na indiening van het asielverzoek. Hierdoor kan de inburgering na de toestemming tot verblijf worden versneld en zal het verlies aan beroepskwalificaties en vaardigheden verminderen. Verder moet de betrokkene de gelegenheid krijgen te participeren in de Nederlandse samenleving als de overheid niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden over een asielverzoek beslist. Daarbij moet het recht op arbeid en volledige onderwijsdeelname zo snel mogelijk worden verleend.

Gemeenten dienen - zes maanden na indiening van het asielverzoek – te worden betrokken bij de beslissing over het verblijf. Ingeval er na deze termijn een voornemen tot uitzetting bestaat, zal het advies van de gemeente moeten worden ingeroepen over de mate van participatie van de asielzoeker. Zo kan de samenleving zich via de gemeenten uitspreken over wat zij meent wat in het concrete geval het beste is. Moet justitie niet eerst naar de samenleving luisteren alvorens te besluiten wat moet gebeuren: terugzenden of blijvend deelnemen aan de Nederlandse samenleving ?   

Indien drie jaar na indiening van het asielverzoek nog steeds geen definitieve beslissing is genomen, dan moet de asielzoeker een verblijfsvergunning krijgen. De toch al overbelaste administratie wordt hiermee ontlast en een nieuwe regularisatie kan hiermee worden voorkomen.

Als sluitstuk kan ook een ruimhartig hervestigingsbeleid een nieuwe dimensie aan ons immigratiebeleid geven. De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties heeft wereldwijd een oproep gedaan voor ruim 200.000 vluchtelingen die vanuit een gevaarlijke en uitzichtloze situatie elders dringend hervestiging behoeven. Het huidige Nederlandse quotum van 500 uitgenodigde vluchtelingen per jaar zou als onderdeel van een samenhangend Europees initiatief aanmerkelijk kunnen worden verhoogd.

Bij dit alles is een bijzondere dimensie: de Battle for Brains. Waarom moeten we het zoveel slechter doen dan de Verenigde Staten?

Ruud Lubbers

Voormalig Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties en

Voorzitter van de Stichting voor Vluchteling-Studenten, UAF