Niet studeren, maar snel de fabriek in
Nog steeds geen plaats in de herberg
Hoger opgeleide vluchtelingen en studeren met behoud van uitkering
Allochtone student ziet zichzelf als Nederlander
Rijksuniversiteit Groningen eert schrijver Kader Abdolah met eredoctoraat
UAF-studenten krijgen Mozaïekbeurs van minister Plasterk
Gemeente zegt hulp toe aan groep vluchtelingen
Niet studeren, maar snel de fabriek in
(bron: Dagblad Tubantia 27-12-2008)
Berkelland maakt vluchteling studeren onmogelijk. Berkelland weigert vrijstelling op arbeidsplicht aan studerende vluchteling, die noodgedwongen studie heeft opgegeven. Stichting UAF is verbijsterd.
EIBERGEN De gemeente Berkelland heeft het verbruid bij de Stichting UAF. De stichting steunt landelijk meer dan tweeduizend vluchtelingen die willen en kunnen studeren, zodat ze een toekomst kunnen opbouwen. Nu zijn er in Berkelland niet zo vreselijk veel vluchtelingen, maar die enkeling die aanklopt, krijgt het deksel op de neus, aldus de stichting.
Door een vrijstelling voor één studiemiddag in de week te weigeren, gaf Berkelland een 39-jarige man uit Eritrea volgens de UAF geen andere keuze dan zijn studie Bestuurskunde op te geven, om een baantje in de fabriek te nemen. Volgens verantwoordelijk wethouder Dennis Meijerink is voor de man uit Eritrea 'maatwerk' geleverd en is stoppen met studeren zijn 'persoonlijke keuze'. UAF-woordvoerder Erik van den Bergh is verbijsterd. "Dit ontmoedigende beleid heeft hem genekt."
De Stichting UAF kreeg in 2004 te maken met de 39-jarige Gabriël uit Eritrea. Hij was op dat moment vier jaar in Nederland en hij kon goed leren. Gabriël maakte zich de Nederlandse taal vlot eigen en kon na een 'schakeljaar' voor anderstaligen aan de Saxion Hogeschool in Enschede een studie Bestuurskunde volgen, betaald door de Stichting UAF. In 2005 kreeg Gabriël een verblijfsvergunning en een huis in Berkelland. Van de gemeente kreeg hij vrijstelling voor het schakeljaar, wat betekende dat hij niet verplicht op zoek moest naar werk. Een opleiding is immers de beste garantie voor zelfredzaamheid. Na het schakeljaar ging het echter mis. Waar dat jaar bedoeld is als inleiding op een reguliere studie voor mensen die het Nederlands later geleerd hebben, zag Berkelland het als laatste halte. Werken was het devies, en wie geen werk heeft moet het zoeken. Een vrijstelling voor het volgen van een studie op één middag in de week wilde de gemeente niet geven.
"Dat was niet nodig", verklaart wethouder Dennis Meijerink. "Hij had al eerder gewerkt en gestudeerd, dus hij kon dat blijkbaar combineren." Dat lukte Gabriël dit keer echter niet. Na een strafkorting op zijn uitkering had hij geen andere keuze dan fabriekswerk te accepteren met ploegendiensten in de nacht en de avond. Het gevolg, volgens de UAF: Gabriël moest stoppen met zijn studie. UAF-medewerker Erik van den Bergh trekt zich het geval aan. "Hij was erg gemotiveerd en had de capaciteiten. Hij wilde werken en koos bewust voor een deeltijdstudie. Maar hij zag geen kans het werk dat hij moest doen daarmee te combineren. Met een goede opleiding bouw je aan de toekomst, maar het was voor Berkelland onbespreekbaar." Van den Bergh diende een bezwaar in, maar dat werd afgewezen. Inmiddels is hij het contact met Gabriël kwijt. "Dat is een heel slecht teken."
De gemeente heeft verschillende argumenten om het weigeren van de vrijstelling te verklaren. Zo beweert Meijerink dat de bijstandswet WWB de gemeente 'verbiedt' om uitzonderingen te maken voor studerende vluchtelingen. "In de avonduren studeren is prima, maar een hbo- of universitaire opleiding kan niet. Dat laat de Wet Werk en Bijstand niet toe."
Dat klopt niet, zegt een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken. "De WWB geeft gemeenten de ruimte om maatwerk te leveren. De wet zegt niets over de soort opleidingen, daar is helemaal niets over vastgelegd. Gemeenten mogen dat zelf regelen." Een vrijstelling geven voor één dag studie is zelfs wenselijk. "Ja, als het bijdraagt tot een verbetering van de arbeidsmarktpositie."
Meerdere gemeenten in Nederland hebben beleid dat er specifiek op gericht is vluchtelingen de kans te geven om te studeren. Wethouder Meijerink vindt echter dat vluchtelingen geen bijzonder beleid behoeven. "Wij willen iedereen gelijkschakelen." Meijerink vindt verder dat in het geval van Gabriël wel degelijk 'maatwerk' is geleverd. Er is 'gericht naar de situatie gekeken', aldus Meijerink. "Een ontheffing was niet nodig. Het ging maar om één middag. Het gaat erom dat wij mensen aan werk helpen. En deze meneer is daarna snel aan het werk gegaan."
De kans dat Gabriël nu voorgoed aangewezen blijft op uitzendbaantjes en bij tijd en wijle een gemeentelijke uitkering, kwalificeert Meijerink als 'koffiedik kijken'.
Gabriël woont nog altijd in Eibergen. Hij werkt op dit moment nog steeds in ploegendiensten.
Nog steeds geen plaats in de herberg
(bron: Katholiek Nieuwsblad, 19 december 2008)
Sinds 2006 zijn honderden vluchtelingen op voorhand ‘ongewenst’ verklaard omdat zij oorlogsmisdaden begaan zouden hebben. Nederland vindt dat het daarvoor geen bewijzen hoeft te leveren, wat in strijd is met de mensenrechten.
Tijdens een theatervoorstelling ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de UAF (de stichting voor vluchteling-studenten), vertelde Kofi Annan dat vluchtelingen vaak sterke mensen zijn en daarom van veel waarde voor het land waar ze asiel aanvragen. Mensen die, als zijzelf of hun dierbaren met de dood bedreigd worden, huis en haard verlaten. Ook de H. Familie wachtte de dreiging van koning Herodes niet af en vluchtte naar Egypte. Vluchtelingen zijn van alle tijden. Nederland schijnt de laatste jaren in een soort ‘kramp’ te zijn geraakt voor alles wat met vluchtelingen te maken heeft. Ze krijgen vaak een negatief stempel als gelukszoekers of criminelen.
Zonder proces
Het is triest aandacht te moeten vragen voor een rechtvaardige behandeling van iedereen in Nederland, zonder een groep uit te sluiten. Het gaat hier om een grote groep vluchtelingen, die allen het artikel 1F van het VN-vluchtelingenverdrag tegengeworpen hebben gekregen (verdacht van oorlogsmisdaden). Dat gebeurde uitsluitend op basis van een collectief kenmerk en vermoedens waarvan men vindt dat die niet bewezen hoeven te worden.
Zij worden niet berecht, maar toch gestraft
Nederland staat hierin compleet alleen. De landen om ons heen (zoals Engeland en Frankrijk) hebben slechts enkele 1F-verdachten, Nederland op dit moment honderden. In de meeste andere Europese landen wordt een 1F-verdachte standaard overgedragen aan het Openbaar Ministerie en volgt er een strafproces. Op deze manier krijgt de betrokkene een kans van die status af te komen door vrijspraak of door het uitzitten van een straf. In Nederland is dat slechts vijf keer gebeurd. Alle anderen blijven voor altijd rondlopen met de status ‘verdacht van’ en vallen hiermee buiten het generaal pardon. Deze honderden mensen worden sinds 2006 standaard ‘ongewenst’ verklaard, waardoor plotseling hun (al jarenlange) verblijf in Nederland strafbaar is geworden. Ze worden ’s nachts van hun bed gelicht, onder het oog van hun vrouw en kinderen afgevoerd en maandenlang in vreemdelingendetentie gezet. Met elke zes maanden overplaatsing: van detentieboot naar Alphen aan den Rijn of Kamp Zeist.
Zonder bewijs
Hoe kun je nu zonder bewijs schuldig bevonden worden? Toch gebeurt het. Na het generaal pardon volgt er voor deze groep nu een soort generaal vonnis. Dit valt niet uit te leggen. Wij willen onze kinderen en kleinkinderen kunnen vertellen dat iedereen in Nederland een eerlijk proces krijgt en dat je pas schuldig bent als dat bewezen is. Naar humanitaire maatstaven zijn mensen geen misdadigers, tenzij het tegendeel bewezen is. Het Nederlandse beleid met betrekking tot het toepassen van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag raakt aan de kern van de democratische rechtstaat: (1) de overheid kan burgers geen rechten ontnemen op grond van hun herkomst, geloof of een ander collectief kenmerk en (2) permanente verwijdering van staatsburgers uit de samenleving kan alleen via een door de strafrechter opgelegde gevangenisstraf. Bovengenoemde groep wordt niet berecht, maar toch gestraft. Ook onschuldige mensen zitten nu achter slot en grendel. Maar het wordt nog erger.
Gedwongen uitzettingen
Enige tientallen Afghaanse mannen zijn de laatste tijd in vreemdelingendetentie geplaatst om van daaruit als een postpakket per EU-reisdocument (EU-LP, een document zonder juridische status) terug te worden gezonden naar Afghanistan, dat inmiddels weer grotendeels wordt beheerst door de Taliban. Hun vrouwen en kinderen blijven noodgedwongen zonder echtgenoot/vader alleen in Nederland achter. Tientallen gezinnen wordt een elementair mensenrecht ontnomen, het recht op gezinsleven (art.8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens), terwijl daar geen reden voor is. De Afghaanse overheid stelt duidelijk dat Afghanistan een tegenstander is van gedwongen terugkeer, omdat het geen garanties voor een aanvaardbaar bestaan kan geven. En toch gebeurt het. Nederland stelt deze mannen opnieuw bloot aan het gevaar waarvoor ze gevlucht zijn (in strijd met art.3 EVRM). Gelukkig deed Egypte niet aan gedwongen uitzettingen in de tijd dat de H. Familie daar haar heil zocht.
Onrust
Er is een groeiende onrust onder een groep Nederlanders, die iets aan deze onrechtvaardige situatie wil doen. Deze groep heeft twee doelen. Ten eerste onze landgenoten informeren over de huidige gang van zaken, via de goed gedocumenteerde website www.tekenvoorrechtvaardigheidinnederland.nl. Tweede doel is het aanbieden van een petitie aan de leden van de Tweede Kamer, waarin wordt verzocht volledig in te stemmen met het standpunt van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). De beweging SVR (Stem Voor Rechtvaardigheid) zal deze petitie aanbieden op zaterdagmiddag 10 januari, tijdens een grote demonstratie voor rechtvaardigheid, die van 12 tot 15 uur op de Dam in Amsterdam zal plaatsvinden.
Wij hopen dat vele Nederlanders opkomen voor de mensenrechten in ons eigen land, zodat er voor de vele goeden onder deze kwetsbare groep een plaatsje komt in de herberg van onze maatschappij.
Peter Hoogenboom is initiatiefnemer van www.tekenvoorrechtvaardigheid.nl
Hoger opgeleide vluchtelingen en studeren met behoud van uitkering
(bron: Verzamelbrief SZW December 2008)
De werkloosheid onder de vluchtelingen is relatief hoog. Ook de hoger opgeleide vluchtelingen komen moeilijk aan het werk. Wij hebben een tekort aan goed opgeleide vaklieden, onder meer in de techniek, in de dienstensector en in de zorg. Terwijl wij de kennismigranten uit verschillende landen binnenhalen om die vacatures te vervullen, lukt het maar moeilijk om de hoger opgeleide vluchtelingen in ons land aan de slag te krijgen.
In het onderzoekrapport van Regioplan ‘De arbeidsmarktpositie van hoger opgeleide vluchtelingen’ uit 2007 wordt geconstateerd dat het voor hoger opgeleide vluchtelingen essentieel is om in Nederland een (aanvullende) opleiding te volgen om aan een baan te komen. Vrijwel alle vluchtelingen die werk hebben gevonden in de medische, technische of onderwijssector, hebben een (aanvullende) opleiding in Nederland gevolgd.
In de WWB staat maatwerk centraal. De gemeenten kunnen in een individueel geval toestemming geven om een aanvullende opleiding te volgen. De regel van de kortste weg naar werk sluit de mogelijkheid van scholing niet uit. Gemeenten kunnen eigen scholingsbeleid ontwikkelen; dit moet dan wel goed omschreven staan in de re-integratieverordening. Hierbij wil ik gemeenten aansporen om alle ruimte binnen de WWB te benutten en ook daadwerkelijk te gebruiken om maatwerk voor deze groep te leveren. Zo kunnen de gemeenten toestemming geven om een opleiding met behoud van uitkering te volgen, als dit de kans op betere en duurzame baan vergroot. De gemeenten hebben ook belang hierbij. Voor meer informatie over de ervaringen van gemeenten met de begeleiding van hogeropgeleide vluchtelingen kunt u contact opnemen met het UAF, 030 252 08 35, www.uaf.nl.
Allochtone student ziet zichzelf als Nederlander
Hogescholen doen hun best om allochtone studenten goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt, maar dat blijkt nog niet zo gemakkelijk. Want programma’s die specifiek op allochtone studenten gericht zijn, worden door hen al gauw als stigmatiserend en overbodig gezien, in het bijzonder door studenten die begeleiding het hardst nodig hebben. Hogescholen maken er meer werk van dan universiteiten om hen voor te bereiden op de arbeidsmarkt, rapporteert FORUM.
Terwijl hogescholen de begeleiding in hun reguliere onderwijsprogramma aanbieden, bieden universiteiten de begeleiding centraal en facultatief aan. HBO-raad voorzitter Doekle Terpstra nam het rapport Toegerust voor een carrière van FORUM in ontvangst tijdens een bijeenkomst op de HAN. In zijn reactie prees hij niet alleen de hogescholen voor de begeleiding die zij bieden, maar benadrukte hij tegelijkertijd de eigen verantwoordelijkheid van studenten.
“Het doet mij deugd te horen dat hogescholen het relatief goed doen," onderstreepte Terpstra. Maar hij zette daarbij wel een streep onder het woord 'relatief'. "Want dat wij goede begeleiding bieden, heeft te maken met aard van wie wij zijn. Wij proberen de aansluiting met de arbeidsmarkt te zoeken, universiteiten doen dat per definitie minder. Vanuit de gedachte dat iedereen telt, moeten we studenten goed begeleiden. Ik was laatst in Rotterdam en zag daar dat Rotterdamse hogescholen 'zwarte' hogescholen beginnen te worden. Ik vind dat fantastisch. Jonge allochtonen weten de hogescholen steeds makkelijker te vinden, het is mooi dat we in die fase van emancipatie terecht zijn gekomen. Tegelijk zeg ik: het gaat niet vanzelfsprekend. Jongeren in die grootstedelijke omgeving hebben vaak intensieve begeleiding nodig. Jongeren moeten vastgehouden worden, dat vraagt een geweldige inspanning. Sommige hogescholen bieden daartoe ook coaching. Ik vind het heel fascinerend om te zien hoe dat op sommige hogescholen ingebed is in een systeem van studiepunten waar jonge mensen mee verder kunnen komen.
Op dit moment is de stap naar de arbeidsmarkt heel ingewikkeld. Tegelijk zeg ik: ook dat probleem is in sneltreinvaart aan het verminderen. Wie aan de voorkant begint met een hbo-studie weet dat hij aan de achterkant een baan krijgt. Natuurlijk heeft de opleiding een belangrijke verantwoordelijkheid studenten te begeleiden, maar de verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk ook bij studenten zelf. Hogescholen hebben ook niet de expertise jongeren naar een baan te begeleiden, het is ook niet goed ze daar in alle opzichten op aan te spreken. Ik leg dit dus ook terug bij de student, na de studie mag van student verwacht worden dat hij echt op eigen benen staat. Ik ben trouwens ook optimistisch over hoe allochtonen het doen op de arbeidsmarkt. Ik ben blij dat wij het stadium van wij-zij voorbij zijn, dat we langzamerhand allemaal deel uitmaken van dezelfde arbeidsorganisatie”.
Tijdens de discussie bleek dat het nog niet zo makkelijk is specifieke ondersteuning te bieden voor allochtone studenten die zich voorbereiden op de arbeidsmarkt. Een vertegenwoordiger van INHolland vertelde dat een speciaal voor allochtone studenten ontwikkelde taalcursus niet aansloeg, omdat de meeste allochtone studenten al jarenlang in Nederland wonen en het niet eens zijn met de diagnose dat ze een taalachterstand zouden hebben. Daarbij hebben hogescholen ook de indruk dat ze studenten die dergelijke begeleiding het hardste nodig hebben, het minst weten te bereiken.
Rijksuniversiteit Groningen eert schrijver Kader Abdolah met eredoctoraat
28 oktober 2008
Tijdens de viering van haar 395-jarig bestaan volgende jaar zal de Rijksuniversiteit Groningen op 5 juni 2009 een eredoctoraat uitreiken aan de schrijver Kader Abdolah. Met dit doctoraat honoris causa eert de universiteit, aldus de voordracht, ‘een schrijver die willens en wetens tussen twee werelden staat, het milde gezicht van de islam wil laten zien en op deze wijze bijdraagt aan het huidige publieke debat over religie in de openbare ruimte’. Kader Abdolah is dit jaar gastschrijver bij de Groningse universiteit.
Kader Abdolah, pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani (Iran, 1954), studeerde natuurkunde in Teheran. Hij maakte deel uit van de politieke oppositie tijdens zowel het bewind van de sjah als tijdens het bewind van de ayatollahs. In 1985 vluchtte hij uit Iran en in 1988 vestigde hij zich als politiek vluchteling in Nederland. Hier zette hij het schrijverschap voort, dat hij in Iran was begonnen. Zo is hij sinds de jaren negentig columnist van de Volkskrant.
In zijn boeken neemt Kader Abdolah de Nederlandse lezer mee naar zijn geboorteland. In een interview van de Rijksuniversiteit Groningen zegt hij over zijn beweegreden voor het schrijven van Het huis van de moskee. ‘Veel Nederlanders weten te weinig over de islam en over Iran. Daarom laat ik de camera zwenken en neem ik hen mee, zodat 16 miljoen mensen kunnen zien hoe het er achter de gordijnen uitziet’. Met De Koran en de boodschapper streeft hij een soortgelijk doel na. ‘Jullie hebben de Koran heel lang als een verschrikkelijk boek beschouwd, zonder te weten waarover jullie het hadden. Door erover te vertellen, probeer ik het gedachtegoed van de samenleving te veranderen.’
In de voordracht, afkomstig van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap, wordt gesteld dat ‘Kader Abdolah er als geen ander in is geslaagd het andere gezicht van de islam voor een breed publiek te laten zien’. ‘De Koran en de boodschapper is opnieuw een heel eigen bijdrage over kennis en integratie van de islam in het westen. Met deze combinatie van een vertaling van de brontekst en een biografie van de auteur plaatst Kader Abdolah de klassieke tekst van een religie en haar stichter terug in de context van tijd en ruimte. Dat betekent enerzijds relativering van de ontstaansgeschiedenis, anderzijds een diep inzicht in de grenzen en mogelijkheden van geleefde religie.
UAF-studenten krijgen Mozaïekbeurs van minister Plasterk
24 Excellente allochtone afgestudeerden ontvangen op 13 november een speciale promotiebeurs uit handen van Minister Ronald Plasterk. Onder hen de twee voormalig UAF-vluchtelingstudenten Eric Detsi en Thikra Dawood.
Uitreiking Mozaïeksubsidie door Minister Plasterk
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft 24 jonge, talentvolle allochtone afgestudeerden de zogeheten Mozaïeksubsidie toegekend. Onder hen zijn twee voormalige UAF-studenten: Thikra Dawood en Eric Detsi. De wetenschappers in de dop kunnen met deze subsidie vier jaar lang promotieonderzoek uitvoeren. Minister Ronald Plasterk van OCW reikt op 13 november de oorkondes voor de Mozaïeksubsidie uit aan de 24 laureaten.
111 studenten en afgestudeerden reageerden op een oproep voor onderzoeksideeën. De 43 beste kandidaten mochten bij de NWO workshops volgen en hun onderzoeksideeën verder uitwerken. Ook gaven zij een presentatie van hun onderzoek. De uitgewerkte aanvragen werden beoordeeld door wetenschappers in binnen- en buitenland en door een vakkundige selectiecommissie.
Voormalig UAF-vluchtelingstudenten
Eric Detsi (Kameroen) studeert natuurwetenschappen aan de RUG. Hij ontwikkelde een productiemethode die perspectief biedt aan biomedisch onderzoek aan cellen.
Thikra Dawood (Irak) studeert plantbiologie aan RUN. Zij onderzocht een plant die onder te natte condities speciale wortels met luchtkanalen vormt, waardoor deze zonder problemen overstromingen kan overleven.
Promotieonderzoek
Van de 43 aanvragers krijgen 24 kandidaten een subsidie. Elke kandidaat ontvangt 180.000 euro voor een promotieonderzoek aan een universiteit. Het totaalbudget komt daarmee voor 2008 op iets meer dan vier miljoen euro. Dat bedrag wordt gezamenlijk gefinancierd door de NWO en het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Het merendeel van de gehonoreerden komt uit Iran, Suriname, Turkije en China. De helft van de winnaars is vrouw. De meeste kandidaten komen uit de (bio-)medische wetenschappen en uit de maatschappij- en gedragswetenschappen.
Cum laude
Veel van de gehonoreerden studeerden cum laude af. Sommigen combineerden meerdere studies. Vaak wonnen zij al prijzen of schreven tijdens hun studie mee aan wetenschappelijke publicaties. Zes kandidaten studeren in 2008 af en kunnen aansluitend hun promotieonderzoek starten.
Gemeente zegt hulp toe aan groep vluchtelingen
vrijdag 17 oktober 2008
EINDHOVEN - Een groep van 32 hoger opgeleide vluchtelingen in Eindhoven heeft sinds kort de mogelijkheid om met behoud van hun bijstandsuitkering, via schakelonderwijs op een verkorte HBO- of wetenschappelijke opleiding door te stromen naar de arbeidsmarkt.
Hoewel de nieuwe Wet Werk en Bijstand (WWB) deze mogelijkheid bood, weigerde de gemeente Eindhoven daar tot voor kort aan mee te werken.
De gemeente was bovendien nalatig geweest in het uitvoeren van een motie die was ingediend door PvdA-raadslid Yasin Torunoglu en ondersteund door SP, GroenLinks en 'leefbaar eindhoven'. In deze motie werd de gemeente opgeroepen alsnog van de geboden mogelijkheid in de WWB gebruik te maken.
Nadat raadslid Torunoglu had gehoord dat aanvragen van hoger opgeleide vluchtelingen om een opleiding te volgen, waren afgewezen, heeft hij de gemeente ter verantwoording geroepen middels raadsvragen.
De gemeente Eindhoven heeft in een antwoord aan Torunoglu erkend dat tot nu toe "onvoldoende rekening (is) gehouden met de specifieke positie en kenmerken van deze doelgroep. Voortaan zullen re-integratievoorzieningen beter moeten aansluiten bij de behoefte van de doelgroep."
B & W hebben nu toegezegd dat ze de richtlijnen voor scholing- en integratiebeleid zullen aanpassen. Dat zal gebeuren in samenspraak met de stichting UAF, die de belangen behartigt van deze groep vluchtelingen.
Volgens het PvdA-raadslid is de gemeente Eindhoven nu in overleg met de stichting UAF. Ook zijn de eerst afgewezen aanvragen van twee hoger opgeleide studenten inmiddels door de gemeente gehonoreerd. "Ik heb de indruk dat de gemeente er nu serieus werk van maakt", aldus Torunoglu.